Controllerboy jaaroverzicht, deel één

Ik had nog nooit van het begrip weblog gehoord. Tot ik die van mijn goede vriend Frank Hartman zag. Het was eind januari, en hoewel er een boel spanningen speelden op financieel-zakelijk vlak, had ik veel tijd over. Ineens wist ik wat de functie was van Controllerboy, de domeinnaam die ik vele maanden geleden had geregistreerd. Binnen een weekend was mijn weblog functioneel.

De eerste maand experimenteerde ik: ik schreef over de actualiteit, vertelde over films, televisie, tijdschriften en games, keek in hoeverre mijn dagelijkse beslommeringen logwaardig waren en plaatste verlegen een eerste stukje over mijn boek. Ook schreef ik over twee onderwerpen die later een terugkerend thema zouden blijken: kritiek op Nintendo en de digitalisering van muziek.

In februari kon je ook getuige zijn van mijn eerste Controllerboy-wereldreis: ik ging samen met Jurjen Tiersma naar Londen om Shigeru Miyamoto van Nintendo te interviewen. Daarvan, en van mijn verdere indrukken, deed ik live verslag.

Toch ging Controllerboy in februari vooral om ‘n3 Nintendo Magazine’, het Nintendo-tijdschrift dat ik maakte, waarvan eind januari het achtste nummer in de winkels had moeten liggen. Tegen het advies van mijn advocaat in deed ik uit de doeken wat de situatie was van het tijdschrift, zowel voor mij als hoofd van de redactie als voor de vele lezers die ongeduldig zaten te wachten op hun favoriete magazine. Om de situatie nog even samen te vatten: n3 nummer acht is geschreven en ontworpen, maar het geld van de uitgeverij raakte op, waardoor het zaakje nooit werd gedrukt en de redactie nooit betaald.

In maart en april was ik naarstig op zoek naar de Controllerboy-formule. Het waren de twee meest productieve maanden die mijn weblog gekend heeft. Dat ik logde over alles dat los en vast zat, kwam niet alleen door de nieuwigheid van het hele verhaal, maar ook door het feit dat ik verder geen klap te doen had. Ik rommelde onafgebroken met mijn vormgeving, ontdekte dat ik niet zomaar alles kon schrijven omdat zelfs hoge piefen mijn log lazen, besprak de nieuwe ‘Zelda’ (1, 2, sidenote, 3, 4, crisis, 5) en logde zelfs een keer toen ik wat gedronken had.

Wereldreis nummer twee kwam in beeld in mei, toen ik, opnieuw met Jurjen Tiersma, naar Los Angeles, Amerika vloog om de E3-videogamevakbeurs te bezoeken. En om er live verslag van te doen. Dit inclusief alle ontluisterende teleurstellingen, en natuurlijk de jaarlijke bloedneus en jetlag. Verder die maand: een spannend verhaal over een tunnel.

Een boel mooie stukjes in juni en juli. Als ik het zo teruglees, zie ik iemand die goed in z’n vel zit, iemand die zelfverzekerd is zonder arrogant te worden. Ik onderzoek, stel vragen, werp stellingen op. Ik vertel grote en kleine verhalen, ik vind een boel mooi. Het is de periode waarin ik een klein beetje vastigheid vind na het grote n3-drama: ik doe werk voor ‘Gammo’, ‘N Gamer’ en ‘Official PlayStation 2 Magazine’, waarmee de grootste financióle problemen achter de rug zijn.

Toch verbrak ik eind juni mijn relatie met Marcha, om bijna meteen in iets nieuws te duiken, met Annemieke. Grappig hoe terugkijken naar een weblog iets kan zeggen over je gemoedstoestand: dat ik me toen zo goed voelde verklaart waarom ik nu, in een tijd van bezinning, wel eens twijfel aan de juistheid van de snelheid waarmee ik dingen toen heb veranderd. Had ik het niet nog een tijdje moeten proberen met Marcha?

In dezelfde periode kocht ik een digitale fotocamera, wat Controllerboy voor altijd zou veranderen. Niet langer vertrouwde ik op het geschreven woord, er moesten nu plaatjes bij. Hoogtepunt was een zomerse fotoreportage.

In augustus ging ik met mijn moeder en zusjes mee naar Frankrijk, om daar twee weken in alle rust aan ‘Sneeuwdorp’ te schrijven. September draaide vooral om de uitgave van ‘Toiletten’ tegen het einde van de maand, die ik op de voet volgde. Tussen de twee maanden in ging ik naar Lowlands, waarvan ik natuurlijk live verslag deed (1, 2, 3).

Temidden van al deze hectiek ging mijn logfrequentie omlaag en verschenen er ook minder écht mooie logstukjes. Uitzonderingen waren er rond brandveiligheid, ‘Mario’ op de camping, badmode en een videogamefeest. Mooie foto’s waren er ook, bijvoorbeeld van het Króller-Móller Museum.

Vanaf begin september ging ik twee dagen in de week werken voor Gammo, het tv-programma over videogames op V8 (nu Veronica). Inmiddels heb ik 18 afleveringen volgeschreven. Aflevering 17 is heel bijzonder. Deze is vanavond te zien om 18.00 uur, en maandagnacht is er een herhaling. Het gaat om een overzicht van de twintig beste games van 2003, aldus de verenigde redacties van Gammo en ‘Veronica Magazine’.

Ik heb de Nokia N-Gage dit jaar op de voet gevolgd. Zo beschreef ik de onthulling van deze gametelefoon op de E3 en analyseerde ik het gladde ijs waarop Nokia zich begaf. Dit resulteerde begin oktober in een lange en uiterst genuanceerde recensie met een eenvoudige conclusie: wat een kutding.

Verder vond in oktober de onvermijdelijke herfstdepressie plaats, dankzij de net zo onvermijdelijke “laatste dag van de zomer, eerste dag van de herfst, en eerste dag van de winter”. In dat sfeertje moet je het begin van mijn zoektocht naar betere videogamejournalistiek (1, 2, 3) plaatsen. Een zoektocht die desondanks een vervolg zal krijgen.

In november leerde ik, met tegenzin, iets beter om te gaan met negatieve recensies, wat een topdiscussie opleverde. Ene Christie Hofmeester plaatste een afkraakrecensie van mijn boek ‘Toiletten’ in ‘U-Blad’, ik reageerde. Daarop reageerden mijn vaste lezers ón Christie. Erg dapper en erg vermakelijk.

Daarmee ben ik alweer aanbeland bij de rustige maand december. Dit voelt als een schoonmaakmaand: ik heb een boel rommel uit de weg geruimd, zodat ik met een gerust hart aan 2004 kan beginnen. Daarbij was er niet enorm veel tijd voor Controllerboy, maar de stukjes die ik plaatste waren bijna allemaal nuttig en leuk. Eén stukje deed vermoeden dat het alleen nog maar beter wordt. Dat ik volgend jaar volwassener, doelgerichter, georganiseerder ga leven, werken en loggen. Of daarvan iets terechtkomt merk ik vanzelf. En jij ook.