Davilex-humor

Iets meer dan een week geleden was ik met Hessel B. op de faculteit Kunst, Media en Technologie van de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. In Hilversum. Daar vond Flux plaats, een bijeenkomst georganiseerd door de hogeschool in samenwerking met de Amsterdamse afdeling van de International Game Developers Association. Het onderwerp: de snelle veranderingen in het landschap der spelontwikkeling.

Ik maakte alleen de eerste twee sprekers mee, want daarna gingen we weer naar huis, maar die eerste twee waren in ieder geval erg interessant. Allereerst Ernest Adams, een Amerikaan die ik ken van het boek ‘Game Architecture & Design’. Onlangs bracht hij een nieuw boek uit, puur over game design. De tweede spreker was Martin de Ronde van Guerilla, de Amsterdamse studio die vroeger Lost Boys Games heette, die in opdracht van Sony bezig is met ‘Killzone’, een veelbelovend ego-schietspel, en in opdracht van Eidos bezig is met een nog geheime tweede game.

Adams is een echte game-design-evangelist. Hij maakt zich druk om de potentie van games. Hij stipt aan wat games allemaal kúnnen zijn. De Ronde daarentegen is een zakenmannetje. Een verstandige kerel, met veel kennis van games, daar niet van, maar hij is niet voor niets Commercial Director bij Guerilla. Tegenover Adams’ onstuimig enthousiaste visie zet hij de bittere realiteit van dit moment: je moet het type games maken dat al succes heeft, anders red je het niet.

Een erg interessante middag, met als semi-hoogtepunt de ontdekking dat er inmiddels zoiets bestaat als Nederlandse-game-developer-humor. Dit nieuwe type humor werkt ongeveer als volgt: “Davilex.” “Haha.”