De Bigoli-geneugten

De lekkerste broodjes van Utrecht koop je toch wel bij Bigoli in de Schoutenstraat, een zijtak van het Neude. Het olijfbroodje met onder andere mozzarella en pesto is mijn persoonlijke favoriet.

Het is niet alleen dat de broodjes lekker zijn: het winkeltje ligt ook nog eens op de route naar kantoor én het is zó dichtbij dat ik er ’s middags naartoe zou kunnen hinkelen. Als dat mijn hobby was geweest.

Toch is ’t typisch hoe zoiets gaat. De eerste keer dat ik een Bigoli-broodje at voelde het alsof er een engeltje over mijn tong pieste. Wat een ontdekking! De tweede keer dacht ik: het is nét zo lekker als de eerste keer! Maar de derde keer was de verrassing eraf en de vierde keer smaakte het broodje zelfs een beetje… normaal?

Ook merk ik langzaam wat interne wrijving bij het idee van Bigoli binnenstappen. De dames achter de kassa zijn namelijk nooit zo vrolijk als de smaak van de broodjes doet vermoeden. Toegegeven, het is er bijna altijd retedruk, dus tijd om gezellig met hun collega te kletsen hebben ze niet, maar af en toe zijn ze zelfs zó sikkeneurig dat ik het idee krijg dat ze willen voorkomen dat nóg meer mensen de geneugten van Bigoli ontdekken.

(Het is nog nét niet vergelijkbaar met de soepnazi uit ‘Seinfeld’. “No soup for you!”)

Vandaag ontdekte ik een nieuwe aanwijzing die zou kunnen duiden op kwade intenties van de Bigoli-ladies. Mijn broodje geitenkaas-honing smaakte namelijk net een beetje anders. En de sla was niet goed gesneden: er zat meer stam dan blad aan. Zouden ze de boel dan echt saboteren? Of is het toch een kwestie van verandering van spijs die doet eten?