Hoi, ik ben Niels ’t Hooft. Dit blog gaat (met name) over de aanloop naar boek drie.

A picture of a Nintendo DS.

Navigatie

Contact

Lifestream

RSS

De filmfestivaloogst van 2008

In navolging van vorig jaar een klein verslag van mijn bezoek aan het Rotterdams filmfestival vorige week.

De kaartjes.

Dag één (vrijdag)

  • ‘Naissance des Pieuvres’ – mijn favoriete film die ik op het festival heb gezien. How’s that voor de eerste. Over het seksuele ontluiken van synchroonzwemmeisjes, zoals het geloof ik mooi werd omschreven in het programma. Extra interessant (voor mij) omdat er parallellen zijn met mijn boek (het seksuele ontluiken, niet het synchroonzwemmen). Alhoewel: momenteel lijkt bijna alles verwant aan mijn schrijverij. Mooie discoscènes ook. (En mooie filmposter, zie onderaan dit stukje.) Vijf van de vijf.
  • ‘This World of Ours’ – werd aangekondigd als “Clockwork Orange op zijn Japans”. Ik ben er nog niet uit of dat nou disrespectvol is voor ‘A Clockwork Orange’ of voor Japan. In ieder geval een irritante, slecht gemaakte film met een hoofdrolspeler die participeert in een groepsverkrachting en daar de rest van de film zielig over doet. Vooral omdat hij nu “nooit meer een goede baan zal krijgen”. Niet zo tergend vervelend als ‘Container’ vorig jaar, toch één van de vijf punten. Verder was het festival dit jaar eigenlijk kutfilmvrij; van de rest die ik zag waren zelfs de matige exemplaren beslist het bekijken waard.

Dag twee (zaterdag)

  • ‘Flower in the Pocket’ – twee jongetjes, hun vader en een hondje in Maleisië. Won een Tiger Award, maar ik vond ‘m niet helemaal overtuigen. Zo’n film die een aardig beeld schept van een situatie, en waarvan je denkt: knap dat die jongetjes zo goed acteren. Maar wat is er nou helemaal veranderd tijdens de film? Twee van de vijf.
  • ‘The Mourning Forest’ – mooie, rustige film over het rouwproces van een oude man en zijn verpleegster. Speelt zich af in een bos. Vandaar de titel. De eerste helft is grappig en zorgt ervoor dat de emoties in de tweede helft harder aankomen. Vier van de vijf.

Dag drie (maandag)

  • ‘Fear(s) of the Dark’ – animatiecompilatie rond het thema angst. Allemaal enigszins gestileerd en geheel in zwart-wit. Met name de drie langere segmenten vond ik erg geslaagd. De abstracte interludes met vage, quasi-intellectuele teksten deden me weinig. Vier van de vijf.
  • ‘Dai Nipponjin’ – nepdocumentaire over de superheld Big Man Japan, die niet meer zo populair is als vroeger. En gescheiden. Met een dochter die niets van hem wil weten. Als hij wordt opgeroepen, zwelt hij op tot formaat Godzilla om het op te nemen tegen bizarre monsters. Erg grappig. Bij het laatste segment, waarin de film ineens schakelt van computerbeelden naar een ‘Power Rangers’-achtige set met foute kostuums, raakte iemand voorin de zaal in een permanente lachstuip. Vier van de vijf.

Dag vier (vrijdag)

  • ‘Appleseed: Ex Machina’ – strak ogende 3D-anime rond een toekomst waarin mensen samenleven met cyborgs en bioroids, gekloonde mensen zonder emoties. Maar naast mooi is de film ook emotieloos. Waardoor het nooit echt spannend wordt. Drie van de vijf.
  • ‘Persepolis’ – winnaar van de publieksprijs en een of andere IFFR-jongerenprijs. En inderdaad erg goed. Autobiografisch verhaal over opgroeien in Iran, als vrouw. Toch gaf ik vier van de vijf punten, en niet vijf van de vijf. Omdat ik niet alles helemaal vond werken en de tweede, trage, tragische helft niet zo sterk vond als het vlotte, grappige eerste deel. Of misschien waren mijn verwachtingen te hoog na al die extreem positieve reacties. Met speciale vermelding voor een van de leukste film-oma’s aller tijden.
  • ‘The Unseeable’ – Thaise spookhuishorror. Om de laatste trein naar Utrecht te halen miste ik de ontknoping, die ik al wel een beetje had zien aankomen. Zo maakte ik op uit het verslag van vrienden achteraf. Een ontknoping die er misschien iets meer van maakte dan een clichématige griezelfilm vol spannende muziek en schrikeffecten, maar wonderwel zonder enige ‘blood and gore’. Twee van de vijf.

Dag vijf (zaterdag)

  • ‘The King of Ping Pong’ – tragikomedie over een dikke puber in pittoresk, besneeuwd Noord-Zweden. Bleef lang hangen op het middenstuk, waar snel duidelijk is dat het broertje van de hoofdrolspeler van een andere vader is, en dat dit tot een confrontatie gaat komen. En dan maar wachten. Desondanks een geslaagde film. Mijn favoriete segment is een interactie met het publiek. Dikke puber Rille gooit met vriendinnetje Anja lege flessen uit de auto van zijn alcoholistische vader, een ravijn in. Als ze klaar zijn, pakt Anja een fles waar nog flink wat wodka in zit. En schroeft hem open. Jongen achter mij: “Ja, joepie!” Vervolgens giet Anja hem leeg. Jongen: “Ah, jammer.” Vier van de vijf.
  • ‘Le Voyage du Ballon Rouge’ – bewerking van een korte film uit 1956, waarin de inspiratiebron nauwelijks te herkennen is. Speelt zich af in Parijs, met Juliette Binoche in een ijzersterke hoofdrol, maar is geregisseerd door een Taiwanees. Wat resulteert in een ontzettend trage film, waarin je alles simpelweg te zien krijgt zoals het gebeurt. Daarvoor moet je in de stemming zijn. Aan het begin viel ik in slaap, maar toen ik wakker werd, kwam ik op magische wijze in de perfecte ontspannen flow om van deze film te genieten. Als een kabbelend beekje of een zorgeloze zondagmiddag. Na afloop had ik zin om naar Parijs te gaan. Vijf van de vijf.
  • ‘Fantastic Parasuicides’ – “zelfmoordverhalen voor bij het haardvuur” volgens het programma. In mijn woorden: maffe, meestal vermakelijke Zuid-Koreaanse compilatie van drie korte films door verschillende jonge regisseurs, rond het thema zelfmoord. Balanceerde af en toe op het randje van de knulligheid, waardoor het een beetje aanvoelde als een studieproject. Drie van de vijf.

Naissance des Pieuvres

11 februari 2008