De Grote Paradox

Annemiekes oma werd 86.

Als je 86 bent, houdt iedereen er stiekem een beetje rekening mee dat het zomaar afgelopen zou kunnen zijn. Je hart wordt zwak, je bloeddruk hoog; je wordt misschien wat vergeetachtig; en waarom zou je überhaupt nog verder willen, want de meest dierbare mensen in je leven zijn er al lang niet meer — je wederhelft, je ouders, je beste vrienden.

Maar met Annemiekes oma ging het de laatste tijd juist heel goed.

Vorige week zondagavond reed ze in haar autootje door Friesland. Ze draaide een voorrangsweg op en zag een auto van links niet aankomen. Haar schoonzuster, die naast haar zat, raakte zwaar gewond. Een meisje van zes werd uit de auto van links geslingerd, maar kwam er met wat schrammen van af.

Oma zelf overleefde het niet.

*

Vrijdag was de begrafenis. Tijdens de plechtigheid vertelde de oudste zoon van Annemiekes oma een verhaal over vroeger, vol kleine details die me herinnerden aan de Grote Paradox — hoe dingen voorbij gaan zodra ze gebeuren en tegelijk voor altijd blijven bestaan in onze gedachten.

Meer dan de Grote Paradox heeft het leven eigenlijk niet te bieden, en daarmee is het op hetzelfde moment het mooiste en het meest vreselijke wat er is.

Ik fluisterde in Annemiekes oor: “Zulke verhalen vind ik mooi.” Ze verstond het niet. Ik probeerde het te herhalen, iets luider, maar verder dan de ‘m’ in ‘mooi’ kwam ik niet. Ik begon te huilen — en ik moest alle spieren in mijn gezicht aanspannen om van de huilbui geen jankbui te maken.

Het waren tranen van blijdschap en verdriet, om een oma die ik twee keer had ontmoet. Of eigenlijk, om de manier waarop alle mensen terugdenken aan personen, gevoelens en gebeurtenissen.

*

Ik dacht aan mijn eigen opa, die vlak voordat hij stierf in een ziekenhuisbed lag en amper nog begreep wat er om hem heen gebeurde. Hij kreunde een beetje en leek nog maar een klein beetje op mijn opa. Ik zat samen met mijn zusje aan zijn bed. Ik omhelsde haar en jankte. Ik dacht aan chili con carne, pudding die eigenlijk gewoon vla was en een leren leunstoel.

Toen ik mijn zusje los liet zag ik dat er een grote rode vlek in haar witte trui was gekomen. Ik had een bloedneus gekregen.