De nachtelijke verhuizing

Een voor een werden de dozen achterin de zwarte Ford Ka geschoven. De nachtelijke verhuizing was nog maar net begonnen. Over de snelweg reden zij, een man met baard van in de vijftig achter het stuur en een man zonder baard van in de twintig achter een zakje hoestsnoepjes met een raar smaakje. De man met baard sprak over werk en leven. De man zonder baard was moe, van de verkoudheid, van de griep, van de lange dag, van de stapel onafgemaakt werk die nimmer leek te slinken. Van de nachtelijke verhuizing. De man met baard hoestte. Een schorre kuch. De man zonder baard dacht na over perfecte dingen en een onbehaaglijk verlangen naar imperfectie.

Aan de Oudegracht werd de zooi uitgeladen. Boeken, muziek-cd’s, videogames, tijdschriften. Zooi. Nu staat het in de kamer.

De onderbuurvrouw stak haar hoofd naar buiten. “Wat ben je aan het doen?” Spullen uit Leiden verhuizen naar Utrecht. “Moet dat om twee uur ’s nachts?” Ja. Zo kwam het uit.

verhuizing.jpg