Draadloze non-chat

De wonderen van de moderne wereld: ik type dit in de nieuwe flat van mijn vader. (Na 24 jaar komen er nu echt andere mensen in het huis waar ik ben grootgebracht.)

Mijn vader heeft nog geen internet, dit is de fase waarin hij zich bezighoudt het plamuren van het doucheplafond. Maar mijn vaders buurman, die heeft wél internet.

Net toen ik mijn iBook openklapte en merkte dat ik een draadloos signaal ontving, stond Annemieke aan de andere kant van de wereld op in het internetcafé. In smiley-vorm trok ze snel nog een moeilijk gezicht naar me, maar toch: daar ging ze.

We chatten om de dag, omdat dagelijks chatten ons wel heel erg aan handen en voeten zou binden. Vandaag dus niet. Nét niet.

Ik wilde gaan vertellen dat die tweedagelijkse chat het enige is dat mijn leven ritme geeft, maar dat doe ik niet omdat het niet waar is. Ik heb mijn dagen volgebouwd met afspraken, klussen en andere vastigheden, en zó dartel ik voort.

Over ruwweg een week ben ik alweer in New York voor een korte vakantie. En ik heb mijn vlucht naar Annemieke vervroegd, waardoor ik nu al 2 december vertrek (en twee volle maanden in het verre land Honduras zal vertoeven).

Voordat het zover is probeer ik het aantal boeken dat ik koop en dat ik lees wat meer in balans te brengen. En ik heb een nieuwe digitale fotocamera gekocht om de defecte te vervangen – als ik even niks te doen heb, speel ik daarmee.

Wat de mindere periodes voor mij draaglijk maakt is dat ik weet dat het goed komt. Afgelopen zaterdag was er alweer een creatieve vonk, een idee of vijf tegelijk dat een van mijn oude concepten voor ‘boek drie’ de nieuwe draai gaf waarnaar ik zocht.

Nog even en ik ben bij háár. En bij haar ga ik het allemaal opschrijven.