Drie games gespeeld

Je denkt misschien: die Niels verdient zijn brood met schrijven over videogames, dus die zal er wel een boel spelen. In de praktijk is dit bijna nooit het geval: als ik geluk heb kan ik heel kort spelen voordat ik iets schrijf voor televisieprogramma ‘Gammo’, maar meestal is dat teveel gevraagd. Daarom was ik blij dat ik in de stille maand december tijd had om enkele games écht te spelen, ook in verband met recensies die ik voor het derde nummer van Nintendo-blad ‘N Gamer’ in elkaar mag draaien.

Ik heb ‘Mario & Luigi’ op de Game Boy Advance helemaal uitgespeeld, een subliem platform-RPG waarin de turn-based gevechten ook wat actie-elementen bevatten. De manier waarop de Mario-broers samenwerken is te gek, net als de zelfspottende, zelfbewuste en zelfrefererende humor. Zo kwam ik een kamer tegen met daarin de subtiel verschillende vraagtekenblokken uit onder andere ‘Super Mario Bros.’, ‘Super Mario World’ en ‘Super Mario 64’. In N Gamer 2 gaf ik dit spel een 9. Dit was gebaseerd op net iets te korte speeltijd, want uiteindelijk had ik de score nóg hoger willen maken. Dit is samen met ‘Metroid Prime’ mijn nominatie voor spel van het jaar 2003.

Ik heb ook een heel eind gedaan van ‘Onimusha Tactics’, ook op de Game Boy Advance. Ik schat dat ik op driekwart ben gekomen. Dit is een RPG gesitueerd in het oude Japan, waarin je meerdere personages commando’s geeft op een schaakbord-achtige omgeving, net als het vergelijkbare, maar veel diepere ‘Final Fantasy Tactics Advance’. De presentatie van deze Onimusha is weerzinwekkend slecht: de dialoogkaders en tussenschermen zijn gruwelijk lelijk en het verhaal is stompzinnig. Toch wist het spel me lang te boeien, doordat de gevechten in dit type game simpelweg leuk blijven. Ik vond het ook fijn dat alles sneller gaat dan in Final Fantasy, wat gek genoeg juist komt door het gebrek aan diepgang en verhaal.

Tenslotte heb ik mijn tanden gezet in ‘Prince of Persia: The Sands of Time’ op de PlayStation 2, dat ik na 85% heb opgegeven. Dit is een spel waar heel de wereld razend enthousiast over is, maar waaraan ik me nogal heb geërgerd. De acrobatische platformonderdelen, waarin je zwiert aan vlaggenmasten en langs de muur rent, zijn inderdaad subliem, maar van dit onderdeel is er veel te weinig. Om dat te verbloemen hebben de makers hun game tot de rand gevuld met strontvervelende gevechten waarin je niet ziet hoeveel frustrerende vijanden er nog komen. Ik zal wel een nepgamer zijn, maar ik vind deze knokpartijen irritant en onmogelijk.