Einde van de wereld

Bij grote natuurrampen denk ik stiekem vaak: ojee, het begint, de apocalyps. Dat meen ik niet serieus, ik moet er altijd een beetje bij glimlachen — met als gevolg dat ik soms glimlach bij grote natuurrampen.

In vergelijkbaar nieuws zat ik gisteren op een balkon in Velserbroek en keek ik uit op een rustiek pleintje, het zonnetje op mijn hoofd. Ineens klonk er een luid gezoem en vloog er een enorme wolk insekten op me af. Van het ene op het andere moment was de lucht een en al beestjes — ik rende naar binnen. Gedurende mijn vlucht keek ik om een meende ik te zien dat het wespen waren.

Dat is nog niet alles. Toen ik ’s avonds thuis kwam, had Annemieke in het raamkozijn een wespennest gevonden en met behulp van duct tape en haarlak deed ze haar best daar een einde aan te maken.

Conclusie, ik weet niet of een wespenplaag geclassificeerd kan worden als grote natuurramp, maar als de media er straks over rept, ga ik dus weer iets denken over het einde van de wereld.