Hybrid Writer’s Report #1

Als hybride schrijver wil ik op een andere manier nadenken over schrijverschap. Het doel: nieuwe werkwijzes en gereedschappen, en uiteindelijk nieuwe leeservaringen. Hier breng ik semi-regelmatig verslag uit van mijn overwegingen en acties.

Wat gebeurt er als de roman de digitale ruimte betreedt? Van alles, zou je denken. Toch is de digitale roman anno 2014 doorgaans weinig meer dan een kaal Epub-bestand. Raar eigenlijk, want als je de juiste vragen stelt, zijn er tal van prikkelende mogelijkheden te verzinnen.

Welke audiovisuele elementen kun je bijvoorbeeld toevoegen, zonder dat je de verbeeldingskracht van het geschreven woord inperkt? Zijn er betere manieren te bedenken om lange lineaire teksten te verspreiden en lezen op de touchscreenapparaten die bijna iedereen bij zich draagt? Kun je verhaallijnen uitdokteren zonder ze eerst helemaal op papier te zetten? Kun je digitale gereedschappen gebruiken om beter te schrijven, beter van meelezers gebruik te maken en beter te redigeren? Welke tools zijn er al, en welke moeten er nog ontwikkeld worden?

Naar precies deze vragen doe ik als hybride schrijver onderzoek. Het is natuurlijk een gekunstelde kreet, ‘hybride schrijver’. Om hem uit te leggen, moet ik eerst iets over mezelf vertellen, en over de zoektocht naar wat ik met de rest van mijn leven wil doen.

Tien jaar geleden bracht ik twee romans uit, en dat was natuurlijk prachtig. Ik vond het fijn om ze te schrijven en fijn dat andere mensen ze nu zouden lezen. Maar ik had niet, zoals andere auteurs die ik in die tijd ontmoette, de onwrikbare overtuiging dat het schrijverschap alles voor me was. Ik had niet jaren uitgekeken naar mijn literair debuut, ik had nog nooit een boekenbijlage gelezen. Af en toe vroeg ik me stilletjes af of er misschien iets mis met me was; of ik zonder doorvoelde roeping wel een echte schrijver kon zijn.

Ik had geen gebrek aan andere interesses en bezigheden: ik wilde op serieuze wijze nadenken en schrijven over videogames, en ik vermaakte me suf met het technische aspect van de internetjournalistiek, oftewel websites bouwen. Gaandeweg bemoeide ik me ook meer met de productie van games, waar die twee interesses in samenkwamen. Met zelfs een vleugje literatuur, aangezien ik steeds vaker schermteksten schreef.

Toch verdween de literaire ambitie nooit uit zicht. Ik werkte jarenlang aan een grote roman, al lukte het toen niet om er stelselmatig genoeg tijd voor vrij te maken. Er begon iets te dagen toen ik het dikke boek voorlopig opzijzette en me stortte op ‘tussendoortje’ De verdwijners, waarbij ik mijn nieuw verworven inzichten in game-ontwikkeling toepaste op het schrijfproces. In dit Engelstalige praatje ga ik daar dieper op in:

Het kwartje viel toen ik bedacht dat het leuk en nuttig zou zijn om, zoals verder niemand in Nederland doet, mijn boek te testen op een grote groep gewone lezers. Dat was niet eenvoudig, en er viel veel op mijn methode aan te merken, zoals je uitgebreid kunt lezen in het testverslag. Maar ik deed nu wel precies wat ik altijd al had willen doen. Nu had ik wél een roeping gevonden.

Dat zat hem in de combinatie van de literatuur, en het daar van alles omheen verzinnen. Dingen waarbij ik kon onderzoeken, puzzelen, knutselen, samenwerken. Waarbij ik vernieuwend werk kon verrichten en daar na afloop ook over kon vertellen (zie nogmaals het bovenstaande filmpje).

‘Hybride’ is een poging om dit alles in één bijvoeglijk naamwoord te vatten: de samenvoeging van het ambachtelijke schrijven en dat immense scala aan mogelijkheden. Maar ook: de literaire scene versus andere disciplines. En de inhoud versus de vorm waarin die wordt aangeboden. De betekenis die sommige andere auteurs aan ‘hybride’ schrijverschap toekennen is eveneens van toepassing: ik werk nog steeds met een literaire uitgeverij, maar ben tegelijk op niet-traditionele wijze onafhankelijk. Dat is nodig, merk ik, om nieuwe initiatieven van de grond te krijgen.

Dit brengt me op een ander belangrijk thema: de positie van schrijvers ten opzichte van de oprukkende platformhouders (Apple, Google en vooral Amazon) en de vaak nog afwachtende uitgeverijen. Ik heb al eerder geschreven (in Mijn schoonvader heeft mijn boek gejat, begin dit jaar in nrc.next) dat het deels aan auteurs zelf is om zich centraal te stellen, al dan niet in samenwerking met een agent, redacteur en/of uitgever. Zo zie je dat het niet alleen leuk is om hybride schrijver te zijn, maar ook ontzettend belangrijk.

Sinds De verdwijners heb ik niet stilgezeten. Ik heb bijvoorbeeld een app van mijn decennium oude debuutroman Toiletten uitgegeven, met een alternatief leesmechanisme. Je kunt deze app gratis downloaden voor de iPad, of mijn poging bekijken om het principe op ronkende wijze toe te lichten:

Mijn plan is om – zoals filmregisseurs dat vaak doen – altijd een slate van projecten te hebben. Die werk ik van tijd tot tijd in een bepaalde mate uit, om bijvoorbeeld fondsen te werven. Als een subsidie-aanvraag dan afketst, of een project om een andere reden niet doorgaat, kan ik altijd terugvallen op andere ideeën. En als een project groen licht krijgt, kan ik er meteen middenin springen. Momenteel zijn dit de drie belangrijkste:

De komende maand werk ik aan een nieuwe subsidie-aanvraag voor de Hybrid Writer’s Toolkit. Onder andere ga ik daarvoor andere schrijvers interviewen over hun werkwijze: ik wil niet weten waar hun laatste boek over gaat, maar hoe ze het hebben gemaakt. Dus over software, schema’s en schrijftrucs, en hun eventuele interesse in de hierboven beschreven (digitale) mogelijkheden.

Met een beetje geluk kan ik de gesprekken opnemen en hier als podcast publiceren. In ieder geval hoop ik in het volgende Hybrid Writer’s Report verslag uit te brengen van wat ik heb geleerd. U hoort nog van ons.

E-mail en nieuwsbrief

Ben je zelf schrijver en bovengemiddeld digitaal geïnteresseerd, e-mail me dan vooral. Ik praat graag verder met je.

Je kunt je ook opgeven voor mijn nieuwsbrief, dan houd ik je (semi-regelmatig, maximaal één keer per maand) op de hoogte van mijn literaire activiteiten.