Jongens met speelgoed

Ik heb wel eens geroepen dat ik ooit nog eens een tijdschrift wil maken over speelgoed. Na jaren van schrijven over videogames, waarvan de een het medium tot nog grotere hoogten stuwt dan de andere, tot het medium dan éindelijk een héél klein beetje serieus genomen wordt, zou dat zorgen voor een frisse wind in mijn bezigheden.

Speelgoed is volkomen nutteloos. Er valt niets spannends over te vertellen. Maar toch.

Ik zou wel op een redactie willen zitten. Wachten tot het speelgoed binnenkomt, er een half uurtje naar kijken, wat regeltjes tekst typen, wat foto’s maken en de boel naar de layout-afdeling sturen.

Die gedachte kwam weer in me op toen we vanmiddag met z’n drieën door de Bijenkorf liepen. Of eigenlijk met z’n vieren. Eén van ons had net een Robo Sapiën gekocht mét personeelskorting, dus goedkoper dan de honderd euro die ie normaal kost, maar toch nog steeds vrij prijzig voor een 35 centimeter hoge robot die alleen iets doet als je drukt op een van de vele knoppen op de enorme afstandsbediening.

(De Robo Sapiën kan lopen, ronddraaien, fluiten, boeren, objecten oprapen, objecten weggooien, slingeren met z’n armen, op en neer wiebelen en nog veel meer.)

Ik dacht bij mezelf: wat een onzin, en o, wat leuk.

(Voor alle jonge ouders en volwassenen die zich kind voelen móet ik er even bij zeggen dat robots het dit najaar he-le-maal worden. Er komen een aantal robotfilms aan en de winkels zijn er klaar voor; you or your kids are gonna love it!)

Onderweg moesten we nog wat batterijen kopen. Vier D-joekels voor Robo zelf, drie AAA’tjes voor de afstandsbediening. We konden niet wachten tot we terug waren op kantoor om de nieuwe aanwinst uit te pakken en te testen.