Koude verrassing

Na een dikke week Nicaragua maakten we kennis met de moeilijk begaanbare binnenlanden van Honduras en iets waar we niet op berekend waren in een tropische regio — kou.

Een vriendelijke Amerikaanse Peace Corps-vrijwilliger had ons uitgenodigd in zijn nederig stulpje in het stille bergdorpje Gracias. Arvis, de Amerikaan, pikte ons op in het nabijgelegen San Juan, om van daaruit naar Gracias te liften — behalve in de vroege ochtend gaan er nauwelijks bussen.

De eerste de beste open pick-up stopte. We konden direct instappen. Op dat moment was de temperatuur al flink gedaald, en het miezerde zelfs een beetje. De pick-up denderde over onverharde wegen — ik kon me goed vasthouden, maar weerstand bieden tegen het langzaam paars worden van mijn gezicht zat er niet in. Aangekomen in Gracias zochten we voor het eerst doelgericht naar een hotel met warme douche.

Na Gracias bezochten we twee andere Peace Corps-vrijwilligers in Lepaera, zo mogelijk nog kleiner, slechter bereikbaar en voorzien van minder toeristische faciliteiten. We logeerden in hun betonnen bunker, zonder echte plafonds maar met open patio met prachtig uitzicht op minstens zes lagen berglandschap — en vrije doorgang voor koude wind.

En iedere Hondurees die het maar wilde horen vertelden we, rillend: “Dit is niks. Het is nog kouder in Nederland, zo koud dat de rivieren soms bevriezen. Maar daar hebben we dikke kleren en centrale verwarming.”