Mechanische kanarie

Wanneer de bus tot stilstand komt snellen ze als gekken op je af. Ze schieten het gangpad in en krioelen rond de raampjes. Straatverkopers, die de naam van hun goederen zo snel mogelijk achter elkaar roepen: “Pollopollopollo,” of: “Chocolatechocolate.” Repeat ad infinitum.

Ze bieden fruit aan, maar ook bakbanaanchips, kipburgers en zelfs adresboekjes. Vanmiddag bood een man met doffe blik in zijn ogen me een vogelkooitje aan met daarin een mechanische kanarie.

Ik lachte er om, tot een kerel verscheen met prulspeelgoed, waaronder felgele pokémon. Pikachu’s. Hij zag dat ik keek, pakte zo’n gele rat uit zijn mandje en tilde hem op, zodat ik het beestje beter kon bestuderen. De verkoper kneep in Pikachu’s buik, waarop er een schelle piep klonk en er een knalrode tong uit zijn mondje rolde.

Ik wilde uit het raam klimmen. Ik wilde die man bij zijn kladden grijpen en tegen hem zeggen: “Je mag dan in een ontwikkelingsland wonen en je mag dan drie cent verdienen met elk rotspeelgoedje dat je verkoopt en je mag daarvan dan zes kinderen moeten voeden, maar Pikachu heeft geen roltong! Pikachu heeft een donderschok! Pikachu maakt geen piepgeluid! Pikachu zegt pikapika!”

De bus reed weg.