Mijn iPad is een bankcomputer en een schrijfcomputer

Je hoort nog steeds wel eens dat de iPad eigenlijk een grotere versie van de iPhone is. Daar zit een kern van waarheid in, het is alleen niet echt een kritiekpunt. Waren alle apparaten maar versies van de iPhone – net zo mooi om te zien, goed gemaakt en fijn in het gebruik.

Aan de ene kant is de iPad inderdaad een grotere iPhone, softwarematig geoptimaliseerd voor zijn omvang. Aan de andere kant is het helemaal geen grotere iPhone, je kunt er namelijk niet mee bellen. Dat klinkt als een flauwe grap, maar ik bedoel het in fundamentele zin.

Er is geen twijfel over mogelijk: de iPhone is een telefoon. Je koopt hem primair omdat je wilt bellen en gebeld wilt worden. Dat het tegelijk een nieuwerwetse broekzakcomputer is, komt pas op de tweede plaats. Er zullen zelfs mensen zijn die pas gaandeweg kennismaken met die (al niet meer zo enorm) nieuwe wereld van always on internet en de functie en fun van makkelijk installeerbare applicaties.

(Update: vervang ‘iPhone’ voor ‘iPod Touch’ en ‘telefoon’ voor ‘muziekspeler’ en ruwweg dezelfde vlieger gaat op. Via Mitch.)

De iPad ontbeert zo’n eenduidige functie-omschrijving. Het is geen telefoon en ook geen ‘gewone’ computer, maar iets anders. Een nieuw soort computer, die eerder nog niet bestond. Hij heeft duidelijk zijn eigen karakteristieken, door zijn specifieke dimensies en technische mogelijkheden. Maar waar dient hij voor? Dat wordt niet meteen duidelijk.

Mijn eerste halfjaar met de iPad stond dan ook in het teken van ontdekken waar dat ding eigenlijk goed voor is. (Noem het blind vertrouwen in Apple, klakkeloos massaconsumentisme, hersenspoeling of hopeloze gadgetgeilheid dat ik 500 euro spendeerde zonder precies te weten waarom.)

Mijn voorlopige conclusie is tweeledig. De eerste is dat de iPad zo’n blanco canvas is dat hij voor verschillende mensen verschillende dingen is. De tweede is dat hij – voor mij – eigenlijk 2 nieuwe computers in 1 is.

Nieuwe computer 1: de perfecte bankcomputer

’s Avonds wil ik niet achter de Mac Mini of de Macbook kruipen, dat voelt als werk. En de iPhone, die on the road ideaal is, voelt krampachtig als er grotere schermen in de buurt zijn. Met de benen omhoog op de bank en een kopje thee binnen handbereik is de iPad de gulden middenweg. Wat mij betreft de beste computer voor op de bank ooit.

Taken als surfen, Wikipedia raadplegen, korte mails versturen en twitteren kunnen er prima op uitgevoerd worden. Foto’s kijken ook, al is het nog wat omslachtig om ze erop te krijgen – waarom kan ik die niet via Wi-Fi vanaf mijn Mac streamen? (Update: met Cinq kan het, maar erg snel werkt het niet. Via Walter.)

Over lezen ben ik in dubio. Boeken vind ik echt te lang voor zo’n verlicht scherm en ik ben nog te verknocht aan die gouwe ouwe papierbundels. Ik denk dat ik eerder zwicht voor een (toekomstige versie van de nu al zeer betaalbare) Kindle dan dat ik boeken ga lezen op de iPad. Tijdschriften vind ik in theorie prettig, zeker als ze zo mooi zijn als Wired. Toch heb ik er bedenkingen bij.

Dan neig ik eerder naar mijn feeds in Google Reader (via de app Reeder) en naar Instapaper. Een tekst waarvan ik overdag denk: interessant, maar no way dat ik het nu ga lezen, gooi ik in Instapaper. ’s Avonds op de bank heb ik (soms) wel zin en tijd voor langere stukken. Dan vuur ik Instapaper op en wacht daar allerlei moois op me, gestript van menu’s en andere tierlantijnen, in een strakke vormgeving met veel witruimte. Vroeger printte ik dit soort artikelen nog wel eens of liet ik ze weken in browsertabjes geopend staan. Dankzij de iPad en Instapaper heb ik dat al tijden niet meer gedaan.

(Supercoole bonusfunctie: Instapaper onthoudt hoe ver je bent. Open je hetzelfde artikel later in Instapaper voor iPhone, dan ga je verder waar je gebleven was. Sciencefiction, ik zeg het je.)

Nieuwe computer 2: de perfecte schrijfcomputer

Ik heb de aanschaf van een (relatief dure) iPad Keyboard Dock in eerste instantie afgehouden. Ik dacht: als ik een laptop van mijn iPad wil maken, waarom gebruik ik dan niet gewoon een laptop? Uiteindelijk ben ik toch overstag gegaan. En ik heb geen spijt.

Zodra je het ding eronder klikt, wordt het een heel nieuw apparaat. Een schrijfcomputer. In die modus moet je dus geen tijdschrift gaan lezen, maar mailtjes tikken is geweldig. En artikelen schrijven nog beter – zeker first drafts. Ik kan zo snel een stuk of 4 redenen verzinnen waarom het prettig is.

Reden 1. De batterij gaat een uur of 10 mee. Ik werk vaak in de stad, in koffiezaken, cafés en leeszalen, dus dit is voor mij heel belangrijk. Ik hoef geen lader mee te nemen en kan typen tot ik erbij neerval, zonder nijpende batterijdeadline.

Reden 2. Als ik schrijf op een normale computer, gebruik ik de muis of trackpad maar zelden. En als ik ze toch even nodig heb, moet ik me heroriënteren: waar staat de cursor ook alweer? Met een touchscreenapparaat kan ik het scherm simpelweg aanraken om iets te selecteren of dikgedrukt te maken. Als je dat vaak moet doen is het – onder andere in ergonomisch opzicht – juist niet prettig, maar voor die paar handelingen tijdens het schrijven is het direct en aangenaam.

(Overigens gebruik ik het liefst applicaties waarin dikgedrukt maken niet eens mogelijk is, zoals iA Writer en Simplenote, en selecteer ik tekst met name met het toetsenbord, met de Shift-, Alt- en pijltjestoetsen.)

Reden 3. Het besturingssysteem van de iPad, iOS, gaat uit van schermvullende applicaties. Er is altijd maar één programma in beeld. Dus als ik schrijf, ben ik alleen aan het schrijven. Dat is fijn, want afleiding ligt op de loer: inkomende mailtjes, een doorkabbelende Twitter-feed. Misschien is het geneuzel, maar: fullscreen-apps in Windows of Mac OS X voelen anders, omdat ik weet dat er op de achtergrond andere processen gaande zijn.

Reden 4. Deze hangt samen met de vorige reden, en met het besef dat de iPad many things to many people is. Dat laatste komt volgens mij doordat de computer zelf zo marginaal aanwezig is (een zwarte rand en één knop) en apps altijd schermvullend zijn: open een tijdschrift-app en je hebt een digitale Wired in je handen. Open de browser en je draagt Nielsthooft.com met je mee. Open een game en de iPad wordt de game. Het apparaat zelf verdwijnt naar de achtergrond.

Als ik schrijf, wordt de iPad een vel papier. Een rechtopstaand A4’tje (gevoelsmatig, in werkelijkheid is hij kleiner). Geen loze witruimte aan weerszijden van de tekst. Geen storende page breaks. Geen afleiding. Een 21st century typemachine.

Als ik stiekem meekijk op andermans computers, dan zie ik vaak zoiets als dit. Heb je zo’n groot scherm, zijn er 8 regels tekst in beeld:

Of zoiets als dit, terwijl regels van maximaal een woord of 20 het prettigst lezen:

Mijn oplossing was altijd zoiets als het onderstaande. Zonde natuurlijk van de schermruimte, al is het handig als je er researchmateriaal naast wilt hebben:

En zo ziet het er nu uit als ik schrijf. Fantastisch:

Blij mee

Apple introduceerde de iPad als een computer tussen de iPhone en de Macbook in. Dat is het ook echt. Een computer die mijn andere apparaten niet overbodig maakt, maar die voor bepaalde situaties en taken wel beter is dan de rest. Welke dat zijn, is even zoeken en zal voor niet iedereen hetzelfde zijn. Op de bank en tijdens het schrijven ben ik er in ieder geval erg blij mee.