Minas Tirith

Gandalf rijdt op zijn paard Shadowfax een heuvel over en de bergvormige stad Minas Tirith komt voor het eerst in volle glorie in beeld. De muziek zwelt aan; Gandalf passeert de poort en rijdt in cirkels, steeds verder omhoog, met hoge snelheid, tot hij aanbelandt bij het plein, helemaal bovenop. Hoe prachtig! Al bij het eerste shot van Minas Tirith schiet ik vol, daarna wordt het alleen maar erger.

De scène is voor mij een symbool van een heleboel dingen. Ik zie mijn favoriete ‘Lord of the Rings’-personage Gandalf, die de touwtjes strak in handen houdt sinds hij een keer hard op zijn bek is gegaan, sinds hij geen grijze maar een witte tovenaar is. Ik zie Minas Tirith, de grootste, mooiste stad van Middle-Earth, het hoogtepunt van een fantasiewereld zonder weerga; ik zie in één oogopslag wat me zo geboeid heeft sinds ik het boek voor de eerste keer las.

En ik zie een combinatie van prachtig gedetailleerde maquettes, sets en digitale effecten; ik zie het werk van Peter Jackson en een heel leger aan medewerkers; ik zie de onbegrensde mogelijkheden van talent en zelfvertrouwen. Ik denk: dit kan dus allemaal. Als je het wilt, kun je zulke mooie dingen maken voor de mensen. Daarom moet ik huilen.

Het is natuurlijk maar een film, ‘The Lord of the Rings: The Return of the King’, met sterke en zwakke punten, zo gaat dat. Maar toch: een waardige afsluiter van een heel bijzondere trilogie, met die witte stad als absoluut, onmiskenbaar hoogtepunt. Voor deze jongen.