Moeilijke recensie

De nieuwe ‘Mario Kart’ verschijnt op 14 november, maar het tweede nummer van ‘N Gamer’ moet een dag eerder al in de kiosk liggen. En aan dat in-de-kiosk-liggen gaat nog een boel vooraf: het blad wordt gedrukt, de pagina’s opgemaakt; de eindredacteur kijkt naar de teksten.

En er moet een stuk geschreven worden. Over Mario Kart: Double Dash!!, ondanks dat het nog niet beschikbaar is. Want er is een grote kans dat het spel op de voorkant van het blad komt. En ik ben de aangewezen schrijver voor deze klus. Vandaar dat ik afgelopen vrijdag op visite was bij Nintendo in Nieuwegein: om dit vrolijke GameCube-racespel te proberen.

Andere spelfabrikanten sturen zogenaamde previewschijfjes rond, maar daar doet Nintendo niet aan. Beleid vanuit Japan, is de algemene consensus. “Om het spel te beschermen.” Ik moet erbij vertellen dat Nintendo vroeger nog moeilijker deed. Vijf jaar geleden had ik Mario Kart hoogstens kunnen testen op het Europese Nintendo-hoofdkwartier. N Gamer mag blij zijn dat er überhaupt recensiemateriaal is.

Ik vind het niet makkelijk om deze recensie te schrijven aan de hand van één dagje spelen. Op het moment dat ik dit schrijf ben ik er ook nog niet uit welke score ik uitdeel en hoe ik mijn conclusie nuanceer. Op zich ben ik er als doorgewinterde gamecriticus best goed in geworden om een spel binnen enkele minuten op waarde te schatten. Maar bij Mario Kart is het niet de vraag of het spel goed is of juist slecht: dit is de grootste Nintendo-game van het najaar en een nieuw deel in een zeer geliefde reeks. Het staat feitelijk al vast dat dit een goed spel is, de vraag is hóe goed ie is.

‘Mario Kart 64’ (Nintendo 64, 1997) was tegelijkertijd een stap vooruit en achteruit ten opzichte van ‘Super Mario Kart’ (Super Nintendo, 1992). De beelden werden grotendeels 3d en de racebanen kregen duidelijke thema’s. Qua rijgedrag werd er een boel ingeleverd. Op de Super Nintendo was je weken, zo niet maanden bezig de karts perfect onder de duim te krijgen. Op de Nintendo 64 werd het racen toegankelijker. Dit ging ten koste van de speldiepte. Double Dash!! ziet er opnieuw gelikter uit, maar biedt niet echt een nieuwe soort racebanen. Het racen is zelfs fractioneel eenvoudiger (de ‘Power Slide’ is gemakkelijker uit te voeren), al lijkt de rijstijl iets preciezer.

Kijk, dat maakt zo’n review moeilijk. De rijstijl ‘lijkt’ preciezer. Eigenlijk kun je dit type toch vrij belangrijke nuances pas na weken spelen goed beoordelen. Ik moet nu gedeeltelijk gokken en hopen dat mijn inschatting klopt. Ik voel me Peter Timofeeff die nooit helemáál op zijn weermodellen kan vertrouwen.

Vrijdag ergerde ik me aan de gigantische hoeveelheid power-ups die over de banen verspreid zijn. Je bent bijna meer bezig met geraakt worden door rondvliegende bananen, schildjes en bliksemstralen dan met racen. Bovendien heb je nog amper de tijd om je power-ups op tactische wijze in te zetten. Je grijpt een bonus en gooit ‘m weg, grijpt een bonus, gooit ‘m weg.

Op het moment dat je bijna geraakt wordt, verschijnt er achter je wagen een tekstwolkje met het naderende object. Dit doet vermoeden dat het mogelijk moet zijn om deze razendsnel te ontwijken. Ik zou daarop nog extra willen oefenen voordat ik mijn review schrijf. Helaas…

Dan zijn er nog de nostalgie-gebonden smaakkwesties die het bespreken van een vervolg altijd lastiger maken. Nintendo heeft geprobeerd om Double Dash!! anders te maken dan zijn voorganger: de mascottes rijden nu niet meer in karts, maar in allerhande autootjes. Ook zitten er twee in één wagen: voor hilarische multiplayerpotjes is het mogelijk om beide ventjes door een echte speler te laten besturen. Leuke vernieuwingen? Op zich wel, maar ik vond normale karts leuker. Wás het leuker of ben ik tegenwoordig oud, cynisch, een cultuurpessimist?

Woensdag speel ik nog een dag bij Nintendo, maar noodgedwongen schrijf ik vandaag de recensie. Woensdagavond kan ik m’n betoog hoogstens nog wat aanscherpen.

De onzekerheid breekt langzaam door mijn stoerheidspantser. Kan ik vertrouwen op ervaring en inzicht of val ik door de mand? Het leven van een videogamejournalist is niet gemakkelijk, als je dat soms dacht.