Nachtelijke conversatiedrift

Het is drie uur ’s nachts, m’n iBook-gerommel is klaar en ik neem de trap naar de slaapkamer. Stilletjes open ik de deur, loop ik naar binnen en doe ik ‘m achter m’n rug weer dicht. Ik hoor Anne zuchten en spreken, een volzin die ik niet versta.

Ik zeg: “Wat?”

“I like you big time!”, herhaalt ze. Goed verstaanbaar nu.

Dat wil ik nog wel een keer horen. Ik zeg, voor de grap: “Wat?”

“I like you big time!”, nog een keer. Het klinkt precies hetzelfde.

“Wat?”

“I like you big time!”, de vierde keer.

Ik luister aandachtig: de intonatie is identiek; normaalgesproken zucht of lacht iemand bij het voor de zoveelste keer herhalen van een compliment. Vergis je niet, Annemieke is een gevat persoon, die nochtans niet in mijn grapjes trapt.

Ik ben inmiddels bij haar in bed komen liggen. “Lag je al lekker te slapen?”, vraag ik, met mijn rustig zoemende het-is-al-laatstem.

“Er is iemand anders gaan slapen.”

Ik begin te begrijpen wat er aan de hand is. “Wie is gaan slapen?”

“Ze zijn naar Spanje gegaan.”

“Wie zijn er naar Spanje gegaan?”

“Hmm…”

Mijn vriendin praat soms in haar slaap. Niet op de manier die ik ken van mijn oudste zusje (in het wildeweg tegen jezelf mompelen) maar op heldere toon, in dialoogvorm. Anne reageert op wat ik zeg, al zijn de antwoorden vaak onzinnig. En natuurlijk herinnert ze zich de volgende dag niets van haar nachtelijke conversatiedrift.

“Ga dan maar weer lekker slapen”, zeg ik, en ik geef Annemieke een kus op haar gloeiende wang. Ze zegt niets en draait zich om.