Seven Weeks In Frankfurt
Ik moet eens nee leren zeggen. Het is 2.42 uur en mijn artikel voor ‘N Gamer’ is af. Om 7.42 uur gaat mijn trein naar Frankfurt. En ik moet nog wat spullen inpakken. Maar goed, had ik nee gezegd, dan hadden de mannen van het HUB zelf meer werk gehad in hun drukke deadlineperiode. Stiekem ben ik toch wel blij geholpen te hebben. Bovendien heb ik het gevoel dat ik ondanks alles een goed verhaal heb afgeleverd.
In Frankfurt ga ik doen wat ik niet verwacht had ooit te doen: een grote klus voor Nintendo of Europe. Wat de klus is weet ik niet en als ik het wist, mocht ik het niet zeggen. Ik vind het in elk geval spannend om zo lang naar het buitenland te gaan en dan ook nog om voor een van mijn favoriete bedrijven te werken. Eind maart ben ik weer terug! Als het mag, als het lukt, als het kan, breng ik verslag uit van mijn avonturen.
Het mooie van de ICE is dat je er goed in kunt slapen… sprak hij hoopvol.
Introducing Bashers
Sinds GameSen ben ik van tijd tot tijd bezig geweest met plannen voor nieuwe websites over games. Om verschillende redenen is het er nooit van gekomen, waarvan de belangrijkste reden was dat het me uiteindelijk een beetje te veel gedoe leek.
Het is er uiteindelijk toch van gekomen — Bashers is online. De redenen daarvoor zijn simpel.
- Bashers is deel van de Small Media Group van Michiel Frackers. Michiel zorgt voor hosting, design en commerciële exploitatie. Ik hoef me alleen te bekommeren om de inhoud. Dat scheelt gedoe.
- Mijn plan voor Bashers haakte in op het feit dat Bart Breij, Vincent Leeuw en Debby Rijnbeek, drie zeer capabele, onderling sterk verschillende gamejournalisten, al bezig waren met het idee voor een weblog over games. Ik zei tegen hen: “Doe mee met Bashers. Scheelt gedoe.” (En dat scheelde meteen ook weer gedoe voor mij, omdat ik geen team meer hoefde samen te stellen.)
- Bashers is een weblog. De stukjes zijn vaak kort en to the point. Een belangrijk uitgangspunt is dat we schrijven wat we leuk vinden. Ik wil de anderen en mezelf vooral niet verplichten om een tiental rubrieken regelmatig aan te vullen. Vijf stukjes per (werk)dag, over gamecultuur, en that’s it. Iedere dag anders, aan de hand van de stand van de maan. Je raadt het al, dat scheelt heel wat gedoe.
Ten slotte een antwoord op de vraag waar de naam Bashers op slaat. Ik wilde een Engels woord van zo min mogelijk lettergrepen dat ons, de groep redacteuren, een naam gaf. Wij zijn de Bashers. Ik ben van mening dat de letterlijke betekenis van een naam niet zo heel belangrijk is, je inhoud geeft er uiteindelijk een gevoelswaarde aan.
Al kunnen we natuurlijk, als het nodig is, inderdaad ook een behoorlijk potje ass kicken…
Donderdagavond in de bieb
Ik weet dat mijn logjes de laatste tijd niet alleen infrequent, maar ook niet bijster interessant zijn geweest — dat spijt me.
Toch ga ik nog even op oude voet door met de dienstmededeling dat ik donderdagavond 19 januari, morgen of vandaag dus, afhankelijk van wanneer je dit leest, samen met Walter van den Berg en Richard Osinga optreed in de Centrale Bibliotheek te Amsterdam, aan de Prinsengracht.
We gaan praten over ons beginnende-schrijverschap en natuurlijk iets voorlezen. Het gebeuren gaat van start tegen 19.00 uur en is gratis toegankelijk. Kom ook, als je zin en tijd hebt, en in de buurt bent!
Beste wensen en goede voornemens
De jaarwisseling staat voor de deur, goede aanleiding om even hallo te zeggen en te zorgen dat er voor de maand december 2005 niet écht maar één stukje op mijn weblog komt te staan. Dus bij deze: een fijn 2006 toegewenst. Of, zoals iemand laatst tegen me zei: “Fijn nieuw! En fijn oud, maar daar heb je niet zo veel meer aan…”
Ik zit op dit moment in een bos, midden tussen de sneeuw, gelukkig wel in een huisje, in Appelscha, een beetje over mijn leven na te denken.
En ik moet zeggen dat ik veel zin heb in het nieuwe jaar. Een jaar waarin ik niet meer voor het tv-programma Gammo schrijf, maar nog wel voor Power Unlimited, Bright, N Gamer en Veronica Magazine. Een jaar waarin ik met minstens één nieuw, spannend, groot ding ga komen. Een jaar waarin ik een derde boek hoop te schrijven, dat dan misschien in 2007, misschien in 2008 verschijnt.
En, uiteraard, een jaar waarin ik weer wat meer tijd en inspiratie hoop te hebben om hier wat leuke verhaaltjes achter te laten.
Xbox 360-uitpakparty
Eén van de redenen waarom ik de laatste tijd wat afwezig was, is dat ik blogde op de website van het techlifestyle-blad Bright.
En in zekere zin is dát ook weer de reden waarom ik inmiddels met de Bright-site ben gestopt — het kostte te veel tijd en ik moest me verdiepen in onderwerpen die te weinig te maken hadden met mijn primaire kennisgebied, namelijk videogames. Jammer maar helaas.
Ik kon gelukkig wel in stijl stoppen, met de Xbox 360-uitpakparty, een filmpje van een minuut of vier waarin ik de nieuwe Xbox van zijn verpakking ontdoe. Gefilmd en gemonteerd door Edo Schoonbeek.
Over Kolokostan
Gisteren werd in het Letterkundig Museum te Den Haag de expositie ‘Hollandse Nieuwe: veertien schrijvers van nu’ op feestelijke wijze geopend. Ik was er bij en las het onderstaande verhaaltje voor omdat ik één van die veertien schrijvers ben. De expositie is trouwens tot en met 19 maart 2006 te bezichtigen.
*
“Alles draait vandaag en de komende maanden op de expositie over schrijvers van nu. De vraag is natuurlijk: wat is een schrijver van nu? Ik kan alleen voor mezelf spreken en zeggen: een schrijver van nu is vooral een schrijver op zoek.
Na twee boeken die zich in feite vanzelf lieten schrijven is de toekomstige derde het grote vraagteken. Waar moet het over gaan? Wat wordt het voor boek? Die vragen gaan uiteindelijk over mezelf. Waarover wil ik schrijven? Watvoor soort schrijver ben ik?
Mijn twee boeken gaan over heel normale dingen. Zaken als verliefd zijn en volwassen worden. Mijn hoofdrolspelers zijn in zichzelf gekeerd. Kunnen ze kiezen tussen naar buiten treden of verdwijnen in een of andere waanzinnige fantasiewereld, dan gaan ze altijd voor het laatste.
Ik vind het de laatste tijd sterk de vraag of ik niet méér bezig moet zijn met wat het betekent om in deze tijd te leven. Wat er allemaal gebeurt in de wereld en zo. Moet ik niet iets schrijven dat mensen aan het denken zet, over… dingen? Of moet ik hetzelfde blijven doen en hopen dat de wereld verandert en mijn boeken relevanter worden?
Om duidelijk te maken hoe ik steeds dichter bij het antwoord kom, wil ik je vertellen over Kolokostan, een landje in zuid oost Azië. Na de Duitse versie van mijn debuut Toiletten was dit het eerste land dat zich aandiende voor een vertaling, bij wege van de Kolokostaanse staatsuitgeverij.
Direct na de uitgave was het raak. Mijn boek kreeg de officiële goedkeuring van de regering, werd bejubeld in de nationale krant en groeide uit tot een ware hit. Tot nu toe werden er tienduizend exemplaren verkocht, een ongelooflijk aantal voor het betrekkelijk kleine Kolokostan, waar analfabetisme eerder regel dan uitzondering is.
Je mag eigenlijk van geluk spreken dat ik hier nu ben. Het had weinig gescheeld of ik had in een videoboodschap gezegd: Tommy Wieringa is misschien in China, Niels ’t Hooft zit in Kolokostan. Deze week vindt in de hoofdstad, Koloko-stad, namelijk een literair festival plaats. Ik zou worden overgevlogen en ter plekke gekroond worden tot schrijfheld van het Kolokostaanse vaderland.
Aldaar was de bedoeling dat ik zou aankondigen al mijn literaire ambities opzij te zetten en te gaan schrijven aan Toiletten 2, het langverwachte vervolg. Net als in Duitsland had men in Kolokostan geen interesse in mijn tweede boek, Sneeuwdorp. Maar voor een nieuw wc-boek stond een voorschot met een groot aantal nullen klaar.
Helaas ontdekte ik al snel dat veel nullen weinig zeggen in de munteenheid van zuidoost-Aziatische landjes. Bovendien kwam mij ter ore dat de Kolokostanen een nogal smerig volkje zijn. Niet voor niets is Toiletten er zo’n groot succes. In Kolokostan is de heersende overtuiging dat de stoelgang het hoogste goed is. Het darmkanaal is de nationale trots. Kolokostanen wassen hun handen niet. Ze vinden hygiëne iets voor kapitalisten.
Ondanks dat mijn boek bedoeld is om op de wc te lezen, is dit een levensvisie die ik beslist niet kan onderstrepen. Ik heb mijn trip naar Koloko-stad dan ook geannuleerd en besloten toch maar naar Den Haag te komen.
Ik moet zeggen dat dit me een warm gevoel geeft in mijn buik. Ik heb een duidelijke stelling. Ik ben geëngageerd. Mensen horen hun handen te wassen. Kolokostanen zijn vies. Zo denk ik erover.
Het is me daarmee gelukt iets te zeggen over de toestand in de wereld. En dat zónder mijn oorsprong te verloochenen. Want je begrijpt dat die oneindige fantasiewereld nimmer uit het zicht is verdwenen.”
Als nerd in de Intermediair

In de ‘Intermediair’ op één spread met nerdy grootheden als Bill Gates en Quentin Tarantino, wat wil ik nog meer? Op het omslag staan natuurlijk. (En daar sta ik ook op.)
Conclusies van een lang brainstormweekend in een hutje op hei, deel twee
Donderdag tot en met dinsdag. Is zes dagen. Is te kort.
Conclusies van een lang brainstormweekend in een hutje op hei, deel één
Behalve ‘Verboden vruchten’ van Ronnie Tober en ‘Candy’ van Kelis gaan veel te weinig liedjes over hoe meisjes smaken.
Fotografie in de ochtend

Vanochtend op het binnenplaatsje: fotograaf Duco portretteert mij voor een verhaal in ‘Intermediair’, over succesvolle nerds. Dat wil ik best zijn als ik ermee in een blad kom. Zo ben ik.
Ik kwam thuis met een schotwond in mijn zij (zoals voorgelezen op de radio)
Ik kwam thuis met een schotwond in mijn zij. Ik weet nog hoe ik dacht aan alle andere keren dat ik in het donker thuis kwam, maar dan zónder schotwond. Hoe ik mijn fiets meenam aan mijn hand, door de gang en de keuken, en parkeerde tegen de schutting rond het binnenplaatsje. Daar keek ik dan even naar de sterren en daarna naar het slaapkamerraam, controleren of je sliep of misschien je licht nog aan had en Oprah keek of een boek las. Dan liep ik terug naar binnen, deed ik de tussendeur op slot, hing ik mijn jas aan een van de haakjes, ging ik de trap op en liet ik mijn spullen achter in de werkkamer. Dan deed ik mijn schoenen uit en begaf ik me voorzichtig naar de zolder om me op welke manier dan ook bij jou te voegen.
Dit keer ging het anders. Ik werd gebracht met een taxi en ik was later, veel later dan beloofd, maar daar kon ik niets aan doen, het kwam door mijn wond. Ik mocht niet klagen, want de zuster had gezegd dat er niets aan de hand was, dat ik geluk had gehad. Dat was ook de reden waarom ik die nacht nog naar huis kon, al wankelde ik op mijn benen en balanceerde ik tussen pijn/alertheid enerzijds en uitputting/suffigheid anderzijds. Mijn gevoel van aanwezig zijn in deze wereld bestond slechts in de achtergrond.
Ik liet de sterrenhemel voor wat hij was en wierp zelfs geen blik op het dakraam van de zolder, omdat ik wist dat jij zou slapen, want het was al bijna ochtend en ik had niet gebeld. Ik zette die nacht geen voet op de binnenplaats, maar hield wel even stil bij de keukendeur, kneep mijn ogen dicht en probeerde goed in en uit te ademen en te ontspannen, omdat ik bang was dat ik anders onderuit zou gaan. En daar verscheen hij weer voor mijn geestesoog, eerst als haast onzichtbaar figuur, rustig wachtend om de hoek van het gebouw met iets hoekigs in zijn jaszak, daarna als plotseling dynamisch en gevaarlijk schepsel, dat mij weldra zou toespreken en vervolgens zonder medelijden verwonden, om tenslotte geruisloos te verdwijnen, zonder spoor achter te laten, behalve mij, een bloedende schrijver.
Ik kwam thuis met een schotwond in mijn zij en ik dacht terug aan die keer dat ik thuis kwam zonder schotwond in mijn zij, nog maar een dag of wat geleden, en ik ineens dacht: wat als ik thuis zou komen met een schotwond in mijn zij? Ik dacht het letterlijk, het woord schotwond. Wat als ik hier zou staan, op krachten te komen tegen de keukendeur. Wat als ik naar mijn reflectie keek in het ruitje van de magnetron en mijn gezichtspieren zag samentrekken van een plots opkomende pijnscheut, ondanks de pijnstillers en ondanks dat de zuster had gezegd: Je hebt geluk gehad, het mensenlichaam is niet gemaakt om doorboord te worden. Het zou een schampschot zijn geweest, ze hadden de wond gedesinfecteerd en verbonden en ik had een schoon ziekenhuishemd gekregen. Mijn jas had meer schade opgelopen dan ik, maar mijn jas had geen pijn. Zo zou het gegaan zijn. Zo zou ik uitleggen waarom ik met wond en al weer thuis kwam, nog diezelfde nacht.
Na mijn ingeving was ik naar boven gelopen, had ik jou een kusje gegeven, meegekeken naar Oprah, een uitzending met grappige filmpjes van hondjes, en daarna was ik naar de werkkamer gegaan en had ik mijn idee, dat tegelijk mijn titel en mijn beginzin was, op het grote whiteboard geschreven. Het was een idee uit nood geboren, omdat ik dringend iets leuks nodig had om voor te lezen, in een radioprogramma. Iets grappigs, iets slims, iets met een kop en een staart. Mijn idee kwam voort uit een andere keer dat ik moest voorlezen, op een festival in Middelburg. Ik had daar een stuk uit mijn nieuwste roman voorgedragen, dat ging over de onthulling van een monument, een sneeuwmonument om precies te zijn. Pas op het podium merkte ik dat mijn verhaal voor het grootste deel bestond uit de monoloog van een ambtenaar, een ambtenaar op een podium. Als vanzelf stak ik mijn wijsvinger in de lucht en verdraaide ik mijn stem. Ik besefte: ik bén die ambtenaar.
Toen ik later piekerde over het radioverhaal dacht ik ineens: op het podium las ik over een man op het podium. Weet je wat, op de radio lees ik over een man op de radio. Maar ik was nog niet uitgepiekerd, want de vragen wélke man en wat zegt hij op de radio waren nu ontstaan. Ik zocht mijn geheugen af naar radioverhalen en kwam niet verder dan dat ik er vroeger wel eens naar luisterde. Ook herinnerde ik me toen ik bij de verkenners zat een programma voor de lokale zender te hebben gemaakt. Mijn rol was die van interviewer en ik verdiende daar het insigne radio mee, dat ik vervolgens op mijn scoutingblouse mocht naaien. Voor de luisteraars van 747AM was het kortom maar goed dat ik uiteindelijk bedacht dat mijn zij een schotwond zou hebben, al had ik dat, ineengekrompen in de keuken, moederziel alleen, liever teruggedraaid. Het was een sequentie van ideeën en gebeurtenissen die nu, met die verrekte stekende pijn in mijn zij, volkomen irrelevant, zelfs volkomen ongrijpbaar leek. Het kwam niet in me op om te schelden op mezelf, ik wilde alleen dat de pijn zou stoppen, ik wilde alleen op de grond gaan liggen en slapen.
Ik kwam thuis met een schotwond in mijn zij en besloot naar boven te klimmen, op weg naar de onvermijdelijke ontknoping, waarbij het me speet dat nog steeds op het whiteboard in de werkkamer Ik kwam thuis met een schotwond in mijn zij stond geschreven, en terwijl ik formuleerde wat ik jou zou vertellen, vatte ik al mijn chaotische gedachten samen in een onbeantwoordbare vraag: hoe had ik kunnen weten dat er daadwerkelijk iemand, uitgerust met een pistool, naar studio Desmet zou reizen, om mij in de regen, om de hoek van de Plantage Parklaan, na afloop van de uitzending, te ontmoeten, te roepen, Schotwond? Ik zie geen schotwond in je zij, en daar vervolgens iets aan te doen, puur en alleen omdat precies die situatie zich slechts drie kwartier eerder had voorgedaan in mijn verhaal op de radio?
Kort verhaal op de radio
Vanavond tussen 21.00 en 22.00 uur bij De Avonden op 747AM lees ik een kort verhaal voor met de naam ‘Ik kwam thuis met een schotwond in mijn zij’. Voor wie het mist plaats ik hier morgen de tekst.
Nu al ouderwets
Ik ben vannacht wakker gebleven om te wachten op de aankondiging over Nintendo’s nieuwe spelcomputer. Wil je net als ik overtuigd worden van de enorme stoerheid en ongelooflijke potentie van de afstandsbedieningcontroller met ingebouwde bewegings- en tiltsensor, download dan het promotiefilmpje.
Het is de bedoeling dat ik nu nog even een artikel voor ‘Power Unlimited’ ga afmaken (ik ben moe, maar ik hoef alleen nog maar in te korten, dat lukt dus wel) en bladerde net even door een map met promotiemateriaal van Nokia N-Gage. De map is best mooi gemaakt, er staan foto’s op van met N-Gage spelende jongeren.
En in het licht van die nieuwe Nintendo viel het me op hoe ouderwets het nú al is, naar een schermpje kijken en op knoppen drukken.


