Op Utila

Het is zo anders als je er bent dan als je er over leest. Vergeleken met het vasteland van Honduras is het eiland Utila een luxe-oord met weinig armoede. Op het eerste gezicht vind je hier meer westerlingen die een tropisch bestaan opbouwen dan het Spaanse of Indiaanse bloed dat je in Centraal Amerika zou verwachten.

Het kloppende hart van het eiland bestaat uit een straat met restaurantjes, hotelletjes en duikscholen. Alles is op blote voeten in een paar minuten te lopen. Combineer dat met zinderend weer en een algemene instelling die neerkomt op ‘even mijn ding doen en daarna ontspannen’ en je krijgt een idee van de sfeer hier.

Ik stapte de boot uit en dacht meteen: wauw, hier kan alles, hier hoeft niets, hier wil ik nog wel even blijven. Een maand is eigenlijk te weinig, als ik hier langer was zou ik op mijn gemak een boek kunnen schrijven. Een boek dat ongetwijfeld zou gaan over het gevoel dat alles kan en niets hoeft.

De eerste dagen had ik last van mijn been. Ik heb me toen met name gericht op binnen zitten, boek twee Sneeuwdorp fijnslijpen (het enige klusje waarvoor ik thuis geen tijd meer had), Sinterklaas vieren en Annemieke ten huwelijk vragen. Inmiddels kan ik weer lopen en waaien de geneugten van dit eiland voorzichtig mijn kant op.

Binnenkort toch maar eens kijken wat er gebeurt als ik me afzonder met mijn dikke kladblok.