Over boeken schrijven

Het is grappig hoe een boek zich ontwikkelt in al die maanden dat je er mee bezig bent. Prille ideetjes combineren tot een heuze verhaallijn; de verhaallijn groeit vol met anekdotes als bladeren, aan een boom, uit een zaadje.

Al de verschillende buien waarin ik me bevond, al de locaties waar ik schreef, al de muziek waar ik naar luisterde en die een sfeer opriep; alles heeft een plekje gekregen in een Microsoft Word-bestand van inmiddels meer dan vierhonderd kilobyte. Ik heb het over m’n tweede roman, ‘Sneeuwdorp’.

Het is een op zichzelf staande entiteit geworden die zowaar eigen angsten en verlangens krijgt. Zorgvuldig lezen wijst uit welke stukken nodig ingekort moeten worden of zelfs helemaal geknipt, welke facetten nadere uitleg behoeven en welke stukken zó goed werken dat er meer ruimte voor moet komen.

Zorgvuldig lezen is zélfs nodig om te ontdekken waar het boek nu eigenlijk over gaat, thema’s die lijken op de oorspronkelijke opzet maar simpelweg een eigen leven zijn gaan leiden.

Sneeuwdorp staat zó op zichzelf dat ik, de schepper, het niet eens meer kan overzien. Opmerkingen van meelezers zijn in dit stadium essentieel. Zij wijzen me op dingen die ik al lang niet meer zie. Ze zorgen voor het perspectief dat ik nodig heb om het optimale uit mijn verhaal te persen.

Het einde komt in zicht: het maandenlang ploeteren resulteert straks, als alles goed gaat, in een coherent geheel met een kloppend hart, dat hopelijk in januari gedrukt en gedistribueerd wordt. Voor de eeuwigheid.