Slaap!

Ik ben begonnen met lezen in ‘Slaap!’ van Annelies Verbeke, en ik geniet. Het gaat over het slapeloze meisje Maya dat ’s nachts uit pure ellende kattenkwaad uithaalt. Tot ze aanbelt bij ene Benoit de Gieter, ook slapeloos, en het boek plots schakelt naar het perspectief van een jonge Benoit. Net heb ik gelezen hoe de wereld voelt als je last hebt van insomnia; nu kom ik te weten hoe een traumatische jeugd eraan ten grondslag kan liggen. Geniaal!

Slaap! werd door de pers met open armen ontvangen, inmiddels ligt een tweede druk in de boekhandels. Dit is kennelijk het type debuut dat de juiste snaar raakt bij critici, in tegenstelling tot mijn eigen boekje ‘Toiletten’, dat lang niet overal werd besproken en ook lang niet altijd positief. Met die voorkennis lees ik, en dus vraag ik me af: hoe zit mijn plezier met Slaap! in elkaar? Geniet ik van de geweldige tekst, geniet ik van het besef dat de tekst inderdaad zo geweldig is als de recensies doen vermoeden, of geniet ik om te verhullen dat ik diep in mezelf stikjaloers ben?

De afgelopen tijd twijfel ik wel eens aan de waarde van mijn schrijfsels. Moet het niet ambitieuzer, betekenisvoller? Moet ik niet zorgvuldiger, bedachtzamer te werk gaan? Ik hoor hoe Walter iedere zin zorgvuldig weegt en honderd keer herschrijft, en ik leg dat naast mijn eigen methodiek van woorden op papier kwakken, een beetje schaven en erop vertrouwen dat mensen het leuk zullen vinden. Zo makkelijk hoort het vast niet te zijn.

Er is nog iets anders: ik begin te twijfelen aan de waarde van boeken op zich. Ik lees de mooie zinnen van Annelies Verbeke, mijn gedachten glijden weg van de betekenis en ik denk: zwarte letters op wit papier, wat is er eigenlijk leuk aan? Ik kan wel moeilijk gaan zitten denken over een allesoverkoepelende superroman, maar als ik tv kijk, zie ik nóóit een boek.