Suikerfeest

Er hing een grimmige sfeer op het station gisteravond. Overal waar ik keek zag ik allochtone jongeren die een beetje boos en soms ook agressief deden. Met een starre blik en een fel woord bakenden ze hun terrein af. Ik wandelde in cirkels, met een broodje hamburger in mijn hand, omdat ik wachtte op de fietsenmaker die een nieuw voorwiel aan het vastschroeven was. Iemand had mijn voorwiel gestolen en ik had nog niet gegeten. Om de zoveel tijd kwamen er jongens in traditionele gewaden langs. Om de zoveel tijd rende een groepje politie-agenten door de grote hal. Ik vroeg me af wat er aan de hand was.

Later die avond zag ik ‘Kill Bill’, een aangename film met rondspuitend bloed en stoere samoeraizwaarden. Enige smet was een groepje, jawel, allochtone jongeren, dat bij de kassarij buiten al onrustig was en ook gedurende de voorstelling zijn gezamenlijke mond niet kon houden. Een kale man, strak in pak, ging meermalen de discussie met ze aan, wat niet hielp bij het ‘je hoofd bij de film houden’.

Vanochtend las ik in de krant dat men met ingang van het Suikerfeest in Amsterdamse bioscopen is begonnen met het inhuren van extra bewaking op Islamitische feestdagen. Dus dat was er gisteren aan de hand: de Ramadan was afgelopen. Dat moest natuurlijk gevierd worden.