Sylvie Meis

In openbare ruimtes kan ik het niet nalaten om de omgeving te scannen op mooie meisjes. Laat ik het een moeilijk af te leren gewoonte noemen.

Toen ik gisteren terugreisde van de ‘Gammo’-redactie zaten er zoveel in mijn coupé dat ik ze bij binnenkomst niet allemaal afzonderlijk kon registreren; ik wist alleen dat ik plaats nam in een coupé vol jonge schoonheden.

Schuin voor me zat een meisje van een jaar of 17 met het type trendy kleren dat je alleen in de grote stad tegenkomt. In een dorpje op het platteland is niemand zo gek om gifgroene puntschoenen aan te trekken, om maar iets te noemen.

We zaten allebei op tweepersoonsbanken, dus ik bekeek haar schuin van achter. Ik luisterde naar mijn iPod en bladerde een beetje door de ‘Esquire’. Zo zag ik hoe ze de hele reis bezig was met haar make-up; ze had een spiegeltje uit haar tasje gehaald en wreef al een aantal minuten naarstig in op haar gelaat.

Aangekomen op Utrecht Centraal kreeg ik het eindresultaat te zien. Het meisje had een dikke laag bruin spul uitgesmeerd, met als accent hier en daar een hip kleurtje. Haar priemende blauwe ogen kwamen nóg beter uit toen ze mij in een flits een blik toewierp. De metamorfose was geslaagd: nu was ze precies Sylvie Meis.

En ik deed mijn best om niet in de lach te schieten.