Toen ik nog 931068 was

ichat.gif

Vóór MSN en vóór de mooie tekstballonnetjes van iChat communiceerde men op internet via ICQ. In die tijd had je nog geen gebruikersnaam, laat staan een .NET Passport, nee, je had een UIN, een uniek internetnummer. Het mijne was 931068, het enige nummer van vroeger dat ik me nu nog herinner naast het thuistelefoonnummer (voordat Nederland schakelde naar tien nummers).

ICQ was een uitvinding die zijn weerga niet kende. Via ICQ kon ik daadwerkelijk vriendjes worden met de jongens die me hielpen met de spelletjessite ‘Zelda Headquarters’. Ik kletste met ze alsof ik met ze in één ruimte zat, over alles en nog wat. In vijf maanden leerde ik qua Engels wat me in vijf jaar middelbare school niet gelukt was. In vijf maanden leerde ik sneller typen dan mijn schaduw.

Deels omdat het grappige gasten waren, maar zeker ook om de pure nieuwigheid, zat ik regelmatig hardop te lachen achter de pc. Het zag er vrij suf uit. Lachen tegen een beeldscherm was destijds heel ongewoon!

Ik was er vroeg bij. Als 931068 praatte ik al snel met ICQ’ers met twee nullen extra. Met m’n negenhonderdduizend was ik een van de eersten geweest. Ik was een veteraan tussen de groentjes. Dat voelde een beetje als ‘Super Mario Bros.’ spelen: eindelijk iets waarmee ik sneller, sterker en slimmer was dan m’n vader.

Dat kon nooit lang duren, en dat duurde het ook niet. ICQ werd ingehaald door de marketingkracht van Microsoft (MSN) en America Online (AIM), en de gebruikersvriendelijkheid van Apple (iChat, dat het AIM-protocol gebruikt).

Ik hield vast aan 931068 zo lang ik kon. Ik vond berichtjes zonder uniek internetnummer maar stom. En het mooie was: toen ik uiteindelijk toch overstapte zag niemand aan mijn gebruikersnaam dat ik de switch jaren te laat had gemaakt.