Zingen op de fiets

Op de fiets naar huis schoot een liedje van vroeger in mijn hoofd. “I feel beautiful when she says I am beautiful / but she’s more beautiful”, galmde het diep in mij.

Ik keek of de coast clear was – of er mensen direct achter of voor me hingen – en zong. Direct daarna verscheen een tweede stukje tekst in mijn muzikaal bewustzijn: “I feel heavenly when she says I am heavenly / but she’s more heavenly.”

Ik plaatste de twee stukjes achter elkaar en herhaalde ze. Ik zong steeds harder en legde er steeds meer emotie in. Tot ik zoals half Nederland als het een liedje zingt plotseling, in gedachten, oog in oog stond met de ‘Idols’-jury.

Mijn zang was vol passie en ik vroeg me af of ik kans maakte met zo’n obscuur liedje. Ik vroeg me af of mijn kop geschikt was voor tv. Ik bedacht dat ik niet alleen moest zingen en moeilijk kijken, maar ook dansen – en bedacht hoe ik dan zou dansen.

En toen stopte ik, omdat ik langs een meneer fietste.