Een zwart schaap in een vreemde familie

2DS, en wat Nintendo moet doen

Dit artikel stond op 16 oktober in nrc.next. Download de PDF.

De Nintendo 2DS, sinds zaterdag in de winkel, is misschien wel het vreemdste media-apparaat dat je kunt kopen. Het is een soort tablet die naar boven toe dikker wordt, met twee schermpjes – van 9 en 7,7 centimeter diagonaal – in plaats van één groot scherm, met knoppen aan weerszijden. Het onderste is een touchscreen, maar wel van de ouderwetse variant die beter werkt met een pennetje dan met je vinger. Vandaar dat je er aan de zijkant een stylus uit kunt trekken. En dan zitten er ook nog eens drie camera’s op: twee aan de achterkant, een aan de voorkant.

Dit is wat je krijgt als vreemde dingen succesvol zijn en verder ontwikkeld worden. Bij de introductie van de Nintendo DS in 2004 was het lastig om niet aan je hoofd te krabben en je af te vragen: een draagbare spelcomputer met twee schermen waar je afwisselend naar moet kijken? Waarom in vredesnaam? Toch gingen er tientallen miljoenen exemplaren van over de toonbank, en volgden er diverse varianten en updates.

Zelfs de huidige generatie, de Nintendo 3DS uit 2011, die aanvankelijk te duur was en waarvan het stereoscopische scherm (voor een 3D-effect zonder bril) met weinig enthousiasme werd onthaald, kon tot en met juni rekenen op 32,5 miljoen verkochte exemplaren.

Maar zelfs binnen die merkwaardige DS-familie is de 2DS een zwart schaap. Het is in feite een niet-opklapbare 3DS zonder 3D-scherm, zonder stereogeluid. Alles wijst erop dat het apparaat vooral bestaat om de productiekosten te drukken en zo een lager prijspunt te bereiken: ongeveer 140 euro, 30 euro minder dan de 3DS. De grotere 3DS XL zit daar nog eens 30 euro boven, waarmee de 2DS duidelijk Nintendo’s instapmodel is, dat de 3DS-gamebibliotheek voor een grotere groep mensen moet ontsluiten.

Dit is erg belangrijk voor consolebedrijven als Nintendo, met hun scheermesjesmodel: op de hardware wordt marginaal verdiend, terwijl de games met grote winst worden verkocht. Het zijn ook die games waarin Nintendo uitblinkt.

In een gamelandschap waarin gratis en goedkope app een steeds grotere rol spelen, slaagt het Japanse bedrijf er nog altijd regelmatig in om spellen van 40 à 50 euro tot millionseller te maken. Terwijl de lijst van 3DS-hits tegelijk klinkt als een geschiedenisles, met weinig verrassende namen: een 2D-Super Mario, een 3D-Super Mario, een Mario Kart, Luigi’s Mansion, Animal Crossing, The Legend of Zelda, Nintendogs. En zo gaat het rijtje nog even door.

Critici menen dat Nintendo de strijd met smartphones en tablets aan het verliezen is, en dat het bedrijf beter kan stoppen met eigen apparaten. Het zou dan games moeten gaan maken voor andermans platformen, zoals die andere Japanse gamereus Sega eerder deed. De afgelopen jaren maakte Nintendo inderdaad een worsteling door, maar dat kwam minder door de draagbare spelcomputers en meer door de tv-consoles: de ooit zo populaire Wii implodeerde en opvolger Wii U mislukte vooralsnog.

Als Nintendo iOS- en Android-apps zou gaan maken, zou het de kans verspelen om dure, hoogstaande games te verkopen, voor apparaten die het naar eigen inzicht ontwerpt. Met knoppen bijvoorbeeld, toch nog altijd de onovertroffen manier om games te besturen. Die 2DS is misschien vreemd, maar de nieuwe Pokémon speelt er heerlijk op. Al moet gezegd worden dat de richtingsknop, dat kenmerkende stuurkruisje, zich minder lekker laat indrukken dan het equivalent op de 3DS. Zelfs daar schemert de kostenbesparing door.

Pokémon

Recensie: Pokémon blijft Pokémon

De ingeving kwam toen Satoshi Tajiri kinderen Tetris tegen elkaar zag spelen op Game Boys met een linksnoertje ertussen. Hij dacht: wat als er door die kabel insecten van de ene spelcomputer naar de andere zouden kruipen? Wat als je die beestjes met elkaar kon laten vechten?

Toen Pokémon (kort voor ‘pocket monsters’) in 1996 af was, werd het meteen een hit. Aanleiding om er ook een tekenfilm en speelgoed van te maken. En tegen alle verwachtingen in, de game werd ‘te Japans’ geacht, sloeg het twee jaar later ook in het westen aan. Inmiddels zijn we toe aan de zesde generatie Pokémon-games.

Het geheim van Pokémon is ten eerste het sociale aspect, dat al begint als je de game aanschaft. Destijds koos je uit Red of Blue, nu kies je uit X of Y. Elke versie heeft zijn eigen mix van monstertjes, waardoor je met andere spelers moet ruilen om de verzameling compleet te krijgen.

Ten tweede: hoe je steeds meer Pokémon vangt, ruilt en traint. Met 151 verschillende beestjes kon je toen al honderden uren zoet zijn, nu zijn er meer dan 700. Allemaal hebben ze hun eigen sterke en zwakke punten, een soort oneindig complex steen-papier-schaar.

Het is jammer dat er in de tussenliggende 17 jaar zo weinig is veranderd. Hoewel er eindelijk echte 3D-beelden zijn, en je je acht gymbadges dit keer moet verdienen in een soort pseudo-Frankrijk, is het spelgevoel identiek. Vergeleken met moderne games is de actie misschien ook wat traag en monotoon. Maar Pokémon blijft Pokémon: als je er eenmaal mee begint, wil je ze allemaal vangen.

Pokémon X/Y
Van: Game Freak, Nintendo
Voor: Nintendo 3DS
3/5 ballen