Boekdromen

In het politieke León had ik ineens een bepaald gevoel. Ik zat te dagdromen over mijn nieuwe boek en toen voelde ik het in mijn vingers: ik stelde me de gladde kaft voor, de meer dan tweehonderd pagina’s, en hoe die allemaal knus in mijn handen lagen. Ik kon het vers bedrukte papier bijna ruiken — en dat terwijl ‘Sneeuwdorp’ pas eind april in de winkel moet liggen.

In het koude Lepaera lag ik wakker. De koude wind gierde rond het huis, ik hoestte en snoot mijn neus. Toen ik uiteindelijk de slaap vatte, droomde ik over Sneeuwdorp.

Ik droomde dat niet Querido mijn tweede roman uitbracht, maar een obscure B-uitgever. En ik wist ook hoe dat kwam: ik was ongelooflijk ongeduldig geweest. Juist daarom was ik zo boos toen het boek werd gepresenteerd — ik durfde me amper te tonen aan het publiek.

Het stomste was dat de uitgeverij een fout had gemaakt. Ze hadden niet de meest recente versie afgedrukt, maar een oude uitvoering. Om precies te zijn eentje uit 1993, een stripverhaal nota bene. Bovendien had men het omslag veel commerciëler gemaakt. Er was kortom weinig van mijn verhaal meer over.

Toen ik wakker werd besefte ik dat mijn vakantie nu toch echt op z’n eind begon te lopen — ik droomde niet meer over revoluties, Maya-ruïnes en bergdorpjes, maar over het gewone leven, thuis.