Crab-attack

Sta een kwartier stil in de deuropening van Annemiekes huisje op Utila en je ziet langzaam tientallen krabbetjes uit hun holletjes in de zandgrond kruipen, onder het huis van de buren, dat op betonnen palen is gebouwd. Maak een snelle beweging en ze sprinten allemaal hun schuilplaatsen weer in.

Ik vermaak me er al de hele dag mee. Dan zit ik een halfuurtje te typen op de bank en ga ik snel kijken. Of dan sta ik in de deurpost, een tijdje, de warme zon op mijn gezicht, en beweeg ik plotseling mijn arm. Het lijkt wel alsof de krabbetjes aan alle kanten ogen hebben, want ze zien het allemaal en zijn ook allemaal in een moment verdwenen.

Het zijn bijzondere beestjes, enkele centimeters groot, met één enorme klauw en één kleintje, als een genetisch gemanipuleerde supersoldaat in een bizarre anime. De Duitse onderzoeker die ons de tour gaf in het Iguana Station, elders op dit eiland, vertelde ons dat ze deze krabbetjes voeren aan hun leguanen. Hij had ook een Harry Potter-achtige nickname voor de beestjes, Slithers of Spinners of zo.

Ik sta stil in de deuropening, tot de meeste krabbetjes weer hun ronde doen, laat ze schrikken en denk ineens: als ze dit maar niet onthouden. Als ze maar niet denken: dat obstakel in dat huis, met die oranje broek, komt ons inmiddels flink de keel uit.

Want als al deze krabbetjes vechten tegen Controllerboy, weet ik niet wie er wint.