De PlayStation-moord

Ik vind ‘Nieuwe Revu’ een goed tijdschrift, met een strakke redactionele formule, die toch steeds weet te prikkelen. Er staan razend scherpe interviews in. Ik koop het regelmatig, behalve als er voetbal of sensatie op de voorkant staat.

Deze week staat in grote letters op de voorkant: “De PlayStation-moord.” En in kleinere, maar nog steeds best grote letters: “Robert (25), Karel (21) en Sven (18) uit Eindhoven gingen deze zomer zo op in het spel Final Fantasy VIII, dat ze zelf ‘Het Kwaad’ wilden uitroeien. De vader van Robert moest dood. Een reconstructie.”

Ik dacht: ojee, sensatie. (Niet kopen.) En ik dacht: ojee, videogame-demonisering. (Toch maar wel kopen.)

Ik heb het artikel gelezen. In mijn optiek gaat het over drie ontspoorde jongeren met of zonder stoornis; een treurig verhaal, dat best verteld mag worden, maar dat ik normaal liever over zou slaan. De ellende van de wereld, die is niet zo aan mij besteed. Hoe dan ook, ik heb het tóch gelezen en de link met videogames vind ik helemaal niet zo helder!

Naast wat inzetjes rond het artikel worden videogames en specifiek ‘Final Fantasy’ welgeteld drie keer aangehaald. Bij de eerste en enige uitgebreide vermelding gooit de schrijver meteen console-RPG’s en pen-en-papier-RPG’s op één hoop. De jongens zijn fanatiek spelers van een écht rollenspel, waarbij ze hun personages opbouwen, op papier bijhouden en opgaan in hun rol. Dat deden ze nogal fanatiek, tot ze haast geloofden dat ze écht hun personages waren. Hierbij ging een van de jongens zo ver dat hij met een stuk glas een snee in zijn voorhoofd maakte. “Karel is Squall en zal het kwaad vernietigen,” staat boven het verhaal.

Maar de stap tussen Final Fantasy spelen en doen alsof je de hoofdrolspeler bent is nogal groot. Final Fantasy is wat je een ‘storybook adventure’ kunt noemen, een lineair verhaal met veel mooie filmpjes en hier en daar wat gameplay. Final Fantasy heeft meer gemeen met een avonturenboek dan met een rollenspel.

Het artikel beweert dat het PlayStation-spel Final Fantasy VIII, de directe aanleiding was voor een poging tot moord. Ik waag dat te betwijfelen. In dat licht vind ik de kop ‘De PlayStation-moord’ natuurlijk helemaal absurd.

Of Nieuwe Revu nou sensatiebeluste koppen afdrukt en of Final Fantasy nou de directe danwel indirecte aanleiding was zijn eigenlijk bijzaken. Waar ik me pas echt aan stoor is het inzetje ‘Andere moorden geïnspireerd door computerspel’, een schoolvoorbeeld van slechte research en gebrek aan inzicht. Ik vind het slordig dat zoiets in de Revu terechtkomt: het blad heeft videogamejournalisten in zijn bestand, en niet de minste.

Final Fantasy, zo meldt het inzetje, is een ‘shoot’m-up’, “een spel waarin je in het lichaam van het personage kruipt om met een wapenarsenaal missies uit te voeren”. Hier komt de aap uit de mouw: de auteur heeft niet eens de moeite gedaan om te onderzoeken wat het nou voor spelletje is waar hij het over heeft.

Het wordt nog erger: de Columbine High School-moorden, waarbij Eric Harris en Dylan Klebold zomaar 13 schoolgenoten doodschoten en er nog eens 23 verwondden, zouden zijn gepleegd naar aanleiding van het hellekrochtschietspel ‘Doom’. Dat is zoiets als zeggen dat ik een weblog heb omdat ik wel eens een boterham eet.

Videogames zijn een onderdeel van de jeugdcultuur: iedereen speelt ze. Wat heeft het voor zin om naar de games te wijzen als twee Doom-spelers moorden plegen, in een wereld waarin geweld überhaupt nog steeds als oplossing geldt? In een land waarvan de president openlijk het ‘Star Wars’-achtige verschil tussen goede mensen en slechte mensen uitlegt? Als je de boel statistisch bekijkt, zul je zien dat Doom-spelers evenveel moorden plegen als ‘Libelle’-lezeressen. Dit terwijl kids met een moeilijke jeugd in een negatieve omgeving vaker boze muziek luisteren en eerder ontsporen.

Gelukkig staat er ook een interview met Carice van Houten in de Nieuwe Revu. Ik knip haar uit en hang haar boven mijn bed.