In de reeks “The Next Ten Years”:http://www.tnty.nl/ van Karin Spaink, XS4ALL en Nijgh & Van Ditmar verscheen onlangs ‘Korte verhalen voor de nabije toekomst’, een aangenaam boekje met, nou ja, korte verhalen voor de nabije toekomst. Geschreven door jonge schrijvers.
Ook ik werd gevraagd, met de opdracht: denk na over hoe communicatietechnologie de wereld verandert en verwerk je toekomstfantasie op subtiele wijze in een literair verhaal. Omdat ik de beroerdste niet ben heb ik een korte bespreking van alle verhalen geschreven.
h2. Karin Giphart – ’2012′
Ik heb Karins eerste boek ooit afgekraakt op mijn blog. Dat zou ik niet nog eens doen, omdat niemand er beter van wordt. Het is vervelend voor Karin en persoonlijk heb ik ook nog andere, leukere dingen te doen.
Dit korte verhaal is niet mijn favoriet in de bundel, maar er zitten leuke elementen in. Zoals de gezellige manier waarop de hoofdrolspelers–ene Karin en haar vader–met elkaar omgaan. Het draait om een chip die Karin in staat stelt via haar gedachten haar computer te besturen – wat ik aanvankelijk niet door had, ik dacht dat ze op haar netvlies kon browsen. Dat was natuurlijk nog mooier geweest.
h2. Robbert Welagen – ‘De pixelvriend’
Dit is het soort verhalen dat ik verwacht had te lezen. Een technologie als excuus om over mensen te vertellen.
Robbert geeft meteen in de eerste alinea een uitleg van de technologie. Verfrissend, op zich, en de lezer weet meteen waar hij of zij aan toe is, maar ik had het zelf nooit gedaan. Ik ben meer van de voorzichtige opbouw (“o jee, als de lezer maar gelooft wat ik allemaal verzonnen heb!”). Misschien ben ik laf.
Wel leuk vind ik dat het verhaal in feite gaat over een toekomstige versie van Robbert zelf – hij zit op een tropisch eiland en langzaam blijkt dat hij zijn voormalige schrijversleven ontvlucht heeft. Dit is Robberts fantasie van waar hij over tien jaar zou kunnen zijn.
h2. Jinte Dhelft – ‘De woordvoerder’
Het literair debuut van deze Brusselse middelbaar scholier. Het verhaal is een vreemde eend in de bijt – een groepje vage agent-achtige sujetten klopt bij een jongen aan en houdt hem dagenlang bezig. Uiteindelijk wordt hij vermoord. Goed geschreven, een soort Vlaamse Kafka; mooi opgebouwd en afgerond. Na afloop denk je: wat is er allemaal gebeurd? En moet je het eigenlijk nog eens lezen.
Alleen: waar is het sciencefictionelement? Misschien was mijn interpretatie van de opdracht te letterlijk.
h2. Bas van der Veen – ‘Deus ex machina’
Nog een debuut, maar eentje waarvan ik minder onder de indruk ben. Een zeer duister toekomstbeeld, dat is dan wel weer leuk, maar opgescheven–vond ik–op geforceerd Houellebecq-achtige wijze. Ook werd het me niet echt duidelijk wat er nou aan de hand was. Kan ook weer aan mij liggen, ik ben niet zo’n snuggere lezer.
h2. Niels ‘t Hooft – ‘Het meisje in de motorsloep’
Mijn verhaal, over een jongen die wordt verleid door een meisje dat via een soort augmented reality-versie van Hyves alles over hem weet. Ik ben er best blij mee, hoewel er bij het teruglezen nog wel wat zinnen in staan die ik bij nader inzien zou schrappen.
Op één alinea ben ik trots: het meisje vertelt over haar fantasie-boottochten, vroeger, met haar broer. Dit suggereert dat het eiland waar ze naartoe varen, net als de piraten van toen, best wel eens verzonnen kan zijn. Ik vind het heel moeilijk om fantasie-elementen op te nemen in realistische verhalen–of liever gezegd, elementen die de realiteit van het verhaal op subtiele wijze kantelen–maar ik wil het wel graag. Dus als het lukt, maakt het me blij.
h2. Sam Gerrits – ‘Protheose’
Mijn favoriete verhaal uit de bundel. Sam Gerrits lijkt me een geboren korteverhalenschrijver. Speels, bijna achteloos, bouwt hij een geloofwaardig verhaal met een knappe twist op. Ook is dit zowat het enige verhaal met een ‘toekomstige technologie’ die zo goed in het verhaal past en zo goed wordt gebracht, dat je niet eens twijfelt aan het bestaan ervan. Over een mallenmaker op het versierpad.
h2. Jonathan van het Reve – ‘Sem en Soof’
Net als ‘De pixelvriend’ precies wat ik had verwacht van deze bundel. Goed geschreven en een leuk uitgangspunt: de technologie in dit verhaal is eigenlijk alweer achterhaald–en schijnt zelfs gevaarlijk te zijn–en daarom naar de zolderkamer verwezen. Knap hoe vrijwel het hele verhaal uit dialoog bestaat. Alleen de ruzie aan het einde komt niet helemaal goed uit de verf, vind ik. Maar ruzies zijn moeilijk op te schrijven.
h2. Sam Gerrits – ‘Stella Maris’
Nog een verhaal van de hyperproductieve Sam Gerrits. Wederom vakwerk, maar het voelt wel aan alsof Sam het toevallig nog ergens had liggen. Zo fijn om te lezen dat je me daar niet over hoort klagen.
h2. Karin Spaink – ‘Verstandhouding’
De eigen bijdrage van Karin Spaink. Over iemand die ooit zo van technologie hield dat hij (of zij) met apparaten praatte, maar later depressief wordt als deze computers irritante trekjes beginnen te vertonen – zoals TomToms die je dwingen een bepaalde route te nemen.
Een leuke invalshoek die goed is uitgewerkt, maar ik heb er een probleem mee: ik denk namelijk niet dat technologieën zich zo zullen ontwikkelen. Noem het optimisme, maar ik vond het daardoor niet geloofwaardig. Bovendien zou een technofiel als de hoofdrolspeler waarschijnlijk de laatste zijn die acuut contactgestoord wordt van zulke onaangename technologie, nadat de rest van de wereld dat ook al is geworden.
Zolang er geld te verdienen is met het ontwerpen van betere producten, verwacht ik dat er betere producten gemaakt zullen worden. Kortom, als de TomTom uit dit verhaal op de markt komt, verschijnt er snel genoeg een handigere, en daardoor succesvollere, concurrent.
Van de reddingsactie voor mijn debuutroman zijn nog ongeveer 170 exemplaren over. Mail me je adres en koop een boek voor € 5 inclusief verzendkosten.