Lievelingsbroek

Er zijn twee broeken die ik graag draag.

De ene, een spijkerbroek, is eigenlijk veel te groot, en ik heb geen riem om hem omhoog te houden. Als ik hem draag, ben ik constant aan het hijsen.

De andere, ook een spijkerbroek, zit precies goed. Dit is mijn lievelingsbroek. Als het aan mij zou liggen had ik hem alle dagen aan, maar zoals Annemieke eens zei: “Hoe vaker je hem draagt, hoe sneller hij slijt.”

Echte schrijvers bowlen. Vandaag reisde ik naar Amsterdam om wat ballen te rollen met Richard, Walter, Michel en Jan.

Ik ben geen bowlheld. De eerste ronde rolde ik ze vaker in de goot dan tegen de pionnen. De tweede ronde begon het er stiekem op te lijken. Het steeg me direct naar m’n kop.

Ik had een strike en een split die ik daarna toch nog in z’n geheel van het toneel wist te vegen. Een paar keer zag ik een denkbeeldig lijntje van mijn voet naar de pionnen terwijl ik de bowlingbal nog in mijn hand had. Vervolgens rolde ie precies zoals ik het me had voorgesteld.

Het moment suprème: ik hield de bal voor m’n neus, zwiepte ‘m naar achteren en liet de zwaartekracht z’n werk doen in een halve boog. Ik zakte door m’n knieën, heel elegant, rolde de bal de goeie kant op, en toen hoorde ik ‘m ontstaan.

De scheur in het kruis van mijn lievelingsbroek.