Over voetbal

Ik heb niks met voetbal. Ik kijk er nooit naar. Mijn intelligentste commentaar gisteren was zoiets als: “Al die Duitsers willen Ruud van Nistelrooy aanraken.”

Ik keek een stukje en het viel me op hoe sterk ik ondanks alles ben geconditioneerd om de oranje ventjes als ‘mijn’ spelers te zien en de anderen als vijandjes, zoals in een videogame. Halverwege probeerde ik in de rol van de witte ventjes te stappen. Het lukte niet. Ze bleven hindernissen in plaats van helden.

Ik vroeg me af of iedereen bij het kijken naar voetbal dezelfde kreten slaakt als zijn of haar vader. Ik wel namelijk, als kleine jongen let je toch op je vader als ie voetbal kijkt.

Van tevoren had ik gezegd: als ze nou maar gewoon verliezen, dan is al dat gedoe achter de rug. Toch voelde dat ene doelpunt prettig in mijn buik.

Toen de wedstrijd net begon liep ik nog even door het centrum. Daar zag ik mensen in oranje outfit zag, opgepropt in cafés en met z’n velen op een klein pleintje met een groot scherm. En ik dacht: toch wel gezellig, zo met z’n allen.